Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreigd hebben, boven te komen, dan zal het bladeren in het Album den opkomenden toorn wel bezworen hebben.

„Aan alle lofzangen komt een einde," zegt een spreekwoord en zoo was het ook met dezen dag. De gasten vertrokken en de bewoners van Bronbeek kregen gelegenheid, den feestdag nog eens in herinnering te doorleven.

In den trein vertelde de Heer van Harpen, waar hij de telegrammen gevonden had, en dat hij beloofd had, het niet door middel van de pers bekend te maken. Maar de Heer Boissevain ried hem aan, voor ditmaal zijn woord te breken, omdat juist dat bevel in de keuken gegeven, den eenvoud van den held van den dag zoo teekende. En toen de spreker er bij voegde, dat hij zijn woord niet had gegeven en het dus wel mocht vermelden, besloot de Heer van Harpen die keukenaardigheid niet onvermeld te laten.

Maar ook nu nog las Van der Heijden de couranten, en weldra kreeg de Heer van Harpen een brief van zijn vriend met de opmerking, dat het feest hem zoo goed had gedaan, dat het zoo welgeslaagd was, maar dat hij (de Heer van Harpen) door zijn bericht in de courant roet in het eten had gedaan.

Toch gevoelde de berichtgever geen spijt over zijn mededeeling en beschouwde hij de aanmerking van

Sluiten