Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

DE UITVAART.

Vroeg in het begin van 1900 was Van der Heijden weder het onderwerp van menig gesprek. De couranten hadden reeds sedert eenige dagen van zijn ongesteldheid gewag gemaakt en belangstellend werd eiken morgen aan menig ontbijt geïnformeerd, hoe het met den patiënt was. Zooals het in dergelijke omstandigheden gewoonlijk gaat, gaf de eene dag wat moed, om later weer door grooter vrees gevolgd te worden. De zieke zelf scheen zijn toestand juist in te zien; hij had niet veel vertrouwen in zijn herstel en — hoewel hij getrouw de voorschriften van den geneeskundige opvolgde, vermoedde hij wel, dat zijn leven ten einde liep.

Zooals menig keer in zijn druk leven had hij ook nu goed gezien. Nog eer Januari geëindigd was, klonk de mare door het land, dat Karei van der Heijden niet meer tot de levenden behoorde.

BROUWER, K. V. D. HEIJDEN. 9

Sluiten