Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat lièm betreft, die nu zoo stil is:

„Der eine fragt: wass kommt danach?

Der Andre fragt nur: ist es recht?

Und also underscheidet sich

Der Freie von dem Kneclit."

Dat kenmerkende onderscheid moge den vrijen Eduard Douwes Dekker met zijn reinste, edelste streven doen leven in menig gemoed, de eeuwen door!

Weerhouden kan men ideeën, doch dooden nooit.

Ik herhaal: Men kan ook van hém zeggen: „Is het uit God, dan kan geen mensch het te niet doen." Was Dekker waarlijk groot en goed, ondanks zijn choquante verkeerdheden, dan zal hij, met of zonder gezonde of ongezonde critiek, ja ook met of zonder zenuwlijden, onsterfelijk zijn. Was hij dat niet, dan kan hij, ondanks alle woordengoochelarij en apologie, zijn oordeel niet ontgaan.

Wat meer bepaaldelijk Multatuli's omgang met mij betreft — daar hij dikwijls in zijn boeken en brieven over me heeft gesproken — hierover het volgende.

Hoewel reeds tamelijk ongeloovig door eigen nadenken, en toen nog meer door het lezen van zijn werken, was ik toch dwaas genoeg, nog op de lidrnatencathechisatie bij dominee Zaalberg aan diens, toentertijd in den Haag en ook daarbuiten veel opspraak makende en beroering brengende „moderne theologie" mee te doen, nadat ik al vroeger om mijn opstellen over „godsdienst" etc., aanteekeuingen van Zaalberg als „uitstekend", „piquant", „stijl niet verwerpelijk" had ontvangen. Dat was dus meer ijdelheid dan geloof. Mijn goede vader noemde die cathechi-

Sluiten