Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorlogschip, schreef na maar enkele dagen aan boord te zijn geweest:

„Ik houd van Holland en begin hoe langer hoe meer bitterheid te voelen tegen die modestrooming van socialistische theorieën, die elk ferm doortasten dreigt te beletten. Door die apenliefde voor het „volk", waarmee tegenwoordig tegen oorlogsuitgaven geageerd wordt, maakt men het eigenlijk Hollandsch volk machteloos."

Zoo'n praatje is ongevaarlijk, en de polderdampen zullen wel vreedzamer stemming brengen in het door vooruitzicht van kruitdamp in beroering gebrachte brein, maar het is toch een sprekend staaltje, hoe aanstekelijk de militaire geest kan werken op een burgerman.

Op de heerschappij der militaire kracht van een natie boven haren productieven arbeid is gansch de averechtsche aanleg van het Kieler feest gegrond. Aan de marine's van alle natiën wordt vertoond hoe Duitschland voortaan door eigen grondgebied in eenige uren zijn oorlogschepen kan voeren van de Oost- naar de Noordzee. Dit is het domineerende belang van het groote werk des vredes! Bij zulke vertooningen is het voor de volken zaak de oogen open, en het oordeel onbevangen te houden.

23 Juni 1895.

ra E3 TEVREDENHEID. m ES

DE plechtige wisseling van beleefde meeningen over het land en zijn bestuur, waarmeê jaarlijks de discoursen op het Binnenhof worden ingeleid, is weer voorbij, de gouden koets is weer zorgvuldig toegedekt, en de arbeid, of wat men zoo noemt, is weer aangevangen. Waren in vroeger jaren èn troonrede èn adres-debat van eene zoo gecompliceerde uitvoerigheid dat zij zinrijk symbool waren van de manier waarop men verder in het jaar den tijd zou zoek

Sluiten