Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheid van beweging te laten, en de koningsmantal dien zij hun omhangt, is in den politieken zin niet zoo ongelijk aan een dwangbuis.

Maar de oostersche vorsten, in de volheid der macht, en vooral, zooals deze jonge Czar, een oostersch vorst van deels westerschen bloede en van bijna geheel westersche beschaving — wat moet hij een last voelen van verplichtingen tegenover de rechten die een volk, gedwee door geloof en traditie, hem toekent.

Wat een stemming moet er gewekt worden bij den achtentwintig-jarigen man door deze Meidagen. Wat een moment, door het ritueel van hem geëischt, als hij, vóór zich de kroon op het hoofd te zetten, openlijk belijdenis doet van zijn geloof, openlijk getuigenis aflegt van zijn liefde tot God en den Naaste. En als dan voor hem gebeden is door allen daarbinnen en daarbuiten, dan neemt hij het Heilig Avondmaal, en daarna komt de Opperpriester hem zalven op het voorhoofd, de oogleden, de neusgaten, de lippen, de ooren, de borst en de handen, met wijdende zalf.

Welk een moment, en vooral voor dezen man die, naar men zeide, zich van ingrijpende regeeringsdaden tot nogtoe onthield, omdat hij vóór deze wijding en kroning zich niet ten volle Czar rekende, voor wien dus deze Dinsdag de dag was van de aanvaarding der rechten en verplichtingen; de dag waarop hij de taak aangreep, zooveel jaren lang door zijn bekrompen en angstigen en daardoor wreeden vader onvoldoende vervuld.

Wel moet hij onder den van enkel goud zoo zwaren vorstenmantel den druk hebben gevoeld van geheel eene verwaarloosde, aan allerlei afpersing blootstaande bevolking, die uit verre streken, altijd nog biddend en hopend en drinkend en gemarteld, de handen uitstrekt naar Vadertje om hulp. En wel moet bij het uitspreken van zijne belijdenis van Christelijk geloof de herinnering zijn verlevendigd aan die talloozen, die verdreven, gepijnigd en vermoord zijn, omdat zij opkwamen voor de verdrukten, waartoe Christus, dien de

Sluiten