Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheven levenslagen, omdat zij het recht loochent van eenige sfeer om door eenig ander moment dan dat van het stoffelijk welzijn te worden bepaald.

Geen deernis nu met het lot van wie ook kan den niet door deze beginselen begoochelde zijn uit het bloed ontwelde overtuiging ontnemen dat de menschheid niet leeft van brood alleen, maar dat ook de ziel als iedere vlam behoefte heeft aan gestadige voeding, dat eindelijk de in den dynastischen luister zich manifesteerende Idee onder de weinige overblijfselen van de heerlijkheid der oude tijden, eenig recht heeft op onzen eerbied — onafhankelijk van onze sociale begrippen — als — wel verre van een „mascarade" — de bijna vergetene bronwel waaraan, in de kille avondschemering na den ondergang der groote eenheid des levens — de volksziel haar dorst naar de groote emotie kan lesschen.

Moge het den nieuwen Czar zijn gegeven de wenschen die gij koestert, voor het heil van het Russische volk te verwezenlijken. Ik zal er met u mij over verblijden.

Thans echter moet ik (en wederom) betreuren in uw stuk de materialistische denkbeelden en volksvergoding met een lichtelijk idyllisch accent tot verlokking voor vele vage gemoedvolle maar krachtlooze dweepers gemengd te zien. En al zou u de toekomst gelijk geven - wat ik niet geloof, want de wereld kan niet gewend zijn in de grauwe verveling te verschimmelen, die haar wacht aan het eind van den langen door de nivelleeringsbeginselen van dit tijdperk in de toekomst geprojecteerden weg, — maar al zou u de toekomst gelijk geven — wij — want zeker weet ik dat ik spreek niet voor mij zeiven alleen — wij, uwe tegenstanders, wij weinigen die met liefde belijden de Schoonheid, de gruwbare schoonheid van het noch door sociologie noch door welke wetenschap oök te ontraadselen levensmysterie — wij enkelen zullen elkander verstaan en versterken, en wetende tot welken strijd wij ons gorden, indachtig zijn aan den wapenspreuk dien ik niet zonder vertrouwen hierboven geschreven heb. —

1 Juni 1896. A. DlEPENBROCK.

Sluiten