Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV. „Sphinx". Een schoon gedicht, maar niet een vertoonbaar tooneelstuk, vol historische onwaarschijnlijkheid en zielkundige tegenstrijdigheden.

XXV. „Pro patria." Eene dramatische schets, waarin eene lofwaardige grond-gedachte gebrekkig is uitgewerkt. Het is somber van inhoud en, ook om deze reden, voor feestviering weinig pakkend.

XXVI. „Een verloren illusie" enz. Een modern drama, dat in Nederland speelt, maar noch aan ons volksleven, noch aan onze historie ontleend is. Het laatste bedrijf is zwak en het onderwerp is met onvoldoende zaakkennis behandeld.

XXVII. „Pro augusta" enz. Staat ver boven al de anderen. Is niet zonder humor, de hoofdpersonen zijn sympathiek en goed getypeerd, er is veel historische kleur in en er komen pakkende tooneelen in voor. Het is echter voor een gala-voorstelling veel te lang en wat er, bij ingrijpende besnoeiing, van de dramatische verdiensten over zou blijven, is onzeker. De karaktereenheid van enkele personen laat, volgens sommige juryleden, te wenschen over. Van de historische werkelijkheid wordt afgeweken, teneinde een gelegenheidseffect te verkrijgen, dat bij de feesten tot huldiging van H.M. de Koningin onder een deel der toeschouwers het tegenovergestelde van instemming zou kunnen opwekken.

Men moet, bij alle droefenis over den treurigen uitslag, het oordeel waardeeren. Want noch een schoon gedicht met zielkundige tegenstrijdigheden, noch een dramatische schets bij gebrekkig uitgewerkte lofwaardige grondgedachte zoo somber van inhoud, noch een modern drama van onvoldoende zaakkennis, behooren tot de fijne schotels van kunstgenot waarop men de jonge Koningin kan te gast vragen.

Maar dat laatste stuk, met zijn sympathieke hoofdpersonen, is daar niet wat meê te doen ? 't Is toch al zooveel gewonnen als de hoofdpersonen sympathiek zijn. Laat vrij dan ondeugd en oproer zich om hen groepeeren, zij zullen er meer door uitkomen en sympathiek als zij zijn, moeten zij het toch ten slotte winnen. Alleen het einde is bedenkelijk. Daar schijnt deze of gene er slecht af te komen, die nu nog in ons volk sympathieën heeft, al zijn het niet die van de jury. Zou het wat te veel naar den Geus rieken?

Het is wel een teeken des tijds dat de geheele groep der hier bedoelde auteurs, waaronder velen wien de handigheid van het métier niet ontbreekt, bij eene gelegenheid die de gansche klasse waaruit zij komen en waarin zij leven, van

Sluiten