Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ra H3 DE GOUDEN KOETS. ®

Le veau d'or est encore debout.

APROPOS de bottes, schreef Steinlen boven een der zeven mooie prenten die hij dezen winter in de serie la feuille teekende. Een havelooze jongen wien de vodden om 't lijf hangen, staat op zijn bloote voeten met intense begeerte voor een uitstalling van schoenen te kijken. Er zijn laarzen bij, bottines, molières, sloffen, al wat hem maar lijken zou. Tusschen de behoefte en begeerte van den jongen en de voorwerpen die beter aan zijn voeten dan in die uitstalling het doel zouden bereiken waarmee ze gemaakt zijn, staat de wet. Een sterke schaduw geeft twee beenen aan en de punt van een sabelscheede er naast — den politieagent. Het is een oud sujet: hongerige kindertjes voor bakkerswinkels zijn al dikwijls geteekend. Maar hier staat het zoo hartstochtelijk gevoeld, dat eer toorn dan medelijden rijst, en men eer de maatschappij zou te lijf gaan dan den jongen een paar schoenen koopen. Rijkdom van productie tegen onmogelijkheid van consumtie, beschikbare overvloed tegen fatale ellende.

Zooals ik zei, het medelijden voor het kind, dat de beschouwer toch ook wel voelt, houdt geen stand tegen den ernstigen indruk van het algemeene dat hier is uitgedrukt.

Naast die prent ligt voor mij een aan mij geadresseerde enveloppe, waarop gedrukt staat: „De Gouden Koets. Vereeniging van het Amsterdamsche volk tot het aanbieden van een huldeblijk aan H. M. Koningin Wilhelmina volgens verkregen hooge toestemming." In die enveloppe is een uitnoodiging tot bijdragen, een reglement van de vereeniging en een afbeelding van de koets met eenige mededeelingen er achter op gedrukt. Het bestuur der vereeniging bestaat uit mannen uit de volksbuurten blijkens de vermelde woonplaatsen, en er is een eere-comité van bekende en gezeten Amsterdammers van meer of min voornamen stand. Artikel 9 van

Sluiten