Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de waarde dezer rechtspraak meer algemeen het wezen van den schijn zal leeren onderscheiden. Nu onder de sanctie van den minister van justitie het hoogste correctief der rechtspraak werkeloos blijft in een geval, waarin de uitspraak des rechters, zich houdende aan eigen, door een anderen rechter ontkende opvatting van een formeel voorschrift, het recht in tegenstelling brengt met elk ook maar matig ontwikkeld zedelijk bewustzijn, en evenmin de minister als de rechter zorgt dat de straf zich tot den vorm van eene lichte boete zonder het leed der gevangenis bepale, — is een grooter slag aan de reputatie der rechtspraak toegebracht dan door het smaden van welken ambtenaar ook, kon geschieden. Geen kunstig betoog aan „redenen van staat" ontleend, zal kunnen beletten dat een der hoogere uitingen van het gemeenschapsleven, de zin voor rechtvaardigheid, door de einduitspraak van den minister, meer dan gesmaad: ernstig gedeerd is.

7 April 1900.

ÉS! ES! FATSOEN. 1® ^3

IN „Het Centrum" van 10 April staat te lezen:

Het jongste nummer van „De Kroniek", die in nieuw formaat verschenen is, bevat onder de rubriek: Litteratuur, een stukje van F. C. Jr„ met het bovenschrift: „Op straat".

Daar wordt een bende straatjongensin actie opgevoerd, waarvan er slechts één — de oudste, 14 jaar tellend — een lange broek draagt. De overigen zijn nog heele kleine bengels.

Doch ze spreken een taal — deze dreumessen — die volgens het realisme straattaal moet verbeelden, maar die men gelukkig niet dan zelden op straat te hooren krijgt.

Echt interessant en artistiek, niet waar?

Het wemelt er van door en door platte, gemeene woorden, en vloeken, zoo voluit als een matroos het niet zou verbeteren (!), is daar schering en inslag.

Dat heet dan zeker naturalistische... kunstII

Doch hier is van kunst evenveel sprake, als van bloemencultuur op een mestvaalt.

Sluiten