Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat eigenlijk heelemaal tegen den aard van het geval is, omdat het burgerlijk leven in Nederland het militaire sterk domineert. Ook de heele omgeving zit in 't goud, waaronder zelfs burgerlijke borsten als van de heeren Borgesius en Pierson ongewoon en moeilijk zich opzwoegen tot een ademhaling. Het heele geval gaat me eigenlijk niet veel aan, maar men wil toch wel begrijpen wat men ziet. De burgerij in het gevolg van den heer Borgesius, heet hier op den weg te zijn naar een demokratisch leven, maar zoodra zij in eene positie komt waar de Haagsche kleermaker een pakje voor weet, steekt zij zich in gala en laat een degen bengelen tegen haar on-militaire kuiten.

Voor individuen zit er wat gevaarlijks in. Zoo een burgerman die eens in gala is geweest, al is het galon ook maar smal en van gemeenteraadszilver, komt er niet licht van bij. Dit alles hangt eenigszins samen met wat ik onlangs over

luister*) schreef. Er is een streven om het ornamenteel karakter

van de kroon sterk op te drijven, en de jeugd der koningin, haar huwelijk, de intochten bij die gelegenheid hebben daartoe ruimschoots gelegenheid geboden.

Het bezwaar is dat zoo sterk aangezet openlijk vertoon niet in evenredigheid is met de betrekkelijk bescheidene machtsstelling van de kroon in ons staatsleven. Het eene stemt niet met het andere. Oorzaak en gevolg missen verband; de logika ontbreekt aan het geval, en dat is altijd een erg gemis.

Er is reden deze dingen nu te overwegen. De heer Eland heeft zijne legerorganisatie laten vallen op eene wijziging die voor hem niet van principieel gevolg mocht zijn. Hij vond acht maanden oefening genoeg en vertrouwde op zijn meening. Had hij het amendement-Van Gilse aanvaard, en ware het later gebleken dat een of meer maanden langer oefening wenschelijk waren dan had een volgend minister een nieuwe vraag gedocumenteerd bij de Kamer kunnen brengen. Zoo had de heer Eland eene organisatie waaraan hij lang gewerkt heeft, kunnen redden, zonder dat, in zijn lijn van denken, *) De Kroniek van 5 Januari 1901.

Sluiten