Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kracht en een beleid, waarvoor de gansche Nederlandsche arbeiderswereld hun dankbaar de hand zou willen drukken. 7 Februari 1903.

ES m DE GEVOLGEN. B3 ra

ER is tegenover de groote feiten van den dag eene verbijstering waar te nemen, die voor eene wenschelijke ontwikkeling der gevolgen schadelijk kan zijn. Zij heeft zich geopenbaard in de appreciatie van het feit der werkstaking, en in de middelen van voorziening door de groote kranten aangegeven. Toen ik elders*) geschreven had: „Werkstaking is oorlog en spot met wetten en contracten, die op de massa de kracht missen, welke zij op den enkele hebben", constateerde ik een feit en trachtte het te qualificeeren naar zijn eigenschappen. Trouwens ik was lang de eerste niet om dit te zeggen. Mijn oudste aanteekening in dezen zin is uit de inleiding van Ch. F. Peck, den arbeidscommissaris van den staat New-York, tot eene werkstakings-statistiek in 1887 uitgegeven. Hij zegt: „Werkstaking is een machtig argument. Zij is oorlog en een groote verantwoordelijkheid rust op hen die haar uitlokken, of de anderen die haar lichtvaardig gebruiken." Men kan het niet juister zeggen dan Peck het deed. Een onnadenkend correspondent schreef dat deze woorden een „legale sanctie" van de werkstaking zouden bevatten. Legaal is zij niet; zij is een feit buiten de wet, door de eene partij toegejuicht, door de andere afgekeurd, maar voor beiden een feit met zijn noodwendige gevolgen. Een andere krant schreef, na aanhaling mijner woorden: „Dus alles is geoorloofd".

Inderdaad is er zeer veel geoorloofd in de wereld. De werktijd der machinisten en de loonen der dagwerkers en seinwachters aan de spoorwegen zijn geoorloofd. De betaling ♦) Zie de brochure Diagnose p. 5.

Sluiten