Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat, omdat het zoo hoort, omdat hij het bij zijne Belijdenis beloofd heeft, omdat het in zijne familie gewoonte is, omdat hij het een godsdienstigen plicht acht; maar zijne ziel heeft er geen deel aan, van den Heiland ziet, ontvangt hij niets; hij gevoelt niet dat hij een Heiland noodig heeft, hij denkt dat hij genoeg heeft aan zijn geloof, zijn kerkgaan, zijne vroomheid.

Dit is ten slotte de groote vraag: of wij waarlijk behoefte gevoelen aan den levenden Heiland, of het onze wensch, ons gebed is in het geloof zijn eigendom te zijn, en in dat geloof van onze zonden verlost en gereinigd te worden; of wij gevoelen dat, als er hulp voor ons wezen zal, zij van Hem, van Hem alleen komen moet. En als dat maar in oprechtheid bij u is, dan ziet de Heer ook dat vonkje in genade aan, en Hij zal het niet uitblusschen ; dan moogt ge u troosten met de voorbede van Hem, die de aanvanger, maar ook de voleinder is des geloofs (Hebr. 12 : 2).

En al is dit geloof misschien nog zwak. het is vast, want gij bouwt het niet op u zeiven, maar op uwen Heiland alleen, den eeuwigen en almachtigen. En, als gij dat doet, zult ge ervaren dat het Heilige Avondmaal tot eene zeer uitnemende vertroosting en versterking is ingesteld, dat gij niet te vergeefs zult bidden: „Versterk ons zwak geloof".

XXIII. Versterk ons zwak geloof.

Het zwakke geloof zal de Heer niet verachten. Maar daarom mag het niet altijd zwak blijven, versterking van uw geloof moet uwe begeerte, moet uw gebed zijn.

Er zijn er, die dit niet verstaan. Wanneer zij hooien van worstelingen en zwakheden des geloofs, van angstige twijfelingen, dan zeggen zij: Ach, ja, dat is mij bij ervaring bekend! — maar zij zeggen het niet met diepen angst des harten, zij zeggen het met een zeker welbehagen, omdat zij zich zeiven in hunne twijfelingen

Sluiten