Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die trouwe pogingen kunnen vruchteloos blijven, een mensch kan zich verharden tot het laatste toe, zoodat God hem eindelijk aan zijn lot moet overlaten, en hem, naar eigen keuze, moet laten verloren gaan. Maar ook dan houdt nog zijne barmhartigheid niet op. Toen de Heer Jerusalem aanzag, de stad, die te gronde zou gaan aan haren haat tegen Hem zeiven, toen weende Hij over haar (Lukas 19 : 41). Ook de almachtige Heiland kan eene stad, kan een mensch niet helpen, die niet wil geholpen worden, maar toch weent de barmhartigheid des Heeren over de verlorenen, gelijk David weende over Absalom, zijnen zoon (2 Sam. 18 : 33), die in het oproer tegen zijn vader omgekomen was.

Zoo is de barmhartigheid Gods oneindig, oneindig in omvang, want zij strekt zich tot alle menschen uit; oneindig in de diepte, want zij zoekt ook de diepst gevallenen ; oneindig in de hoogte, want zij wil ons opvoeren tot de hoogste heerlijkheid ; oneindig in geduld, want zoolang er nog mogelijkheid van redding is, blijft zij het verlorene zoeken ; oneindig ook in het offer dat zij gebracht heeft, want dat is een offer van oneindige waardij geweest.

XXV. Dierbare verdiensten.

Oneindig is het offer, dat Gods barmhartigheid ge bracht heeft voor onze zonden. Dat wordt uitgesproken in de woorden „om de dierbare verdiensten van Jezus Christus, zijnen Zoon".

Dierbaar, dat woord hangt samen met duur. Het duidt aan iets wat veel kost, wat groote waarde heeft.

Zoo zijn dierbaar de verdiensten van Jezus Christus. De vergeving van zonden moest dus voor ons verdiend

Sluiten