Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want er zijn er ook die meenen, dat hunne zonden te klein zijn om vergeven te worden. Zoo zijn er, die zelfs aan het H. Avondmaal komen, en de vergeving van zonden aannemen, maar er zijn dingen in hun leven, waaraan zij daarbij niet denken, kleine zonden, die zij meenen dat God wel van zelf over het hoofd zal zien, zonden, die zij gaarne behouden willen. Daarom vragen zij geen vergeving, want zij weten wel, vergeving denzonden brengt van zelf bestrijding der zonden mede. Het zijn kleinigheden, gelijk zij denken: een booze gedachte, een leugentje (om bestwil misschien), een onverzoenlijke wrok tegen iemand, een plichtverzuim — maar, laat ieder onzer maar zoeken in zijn hart, in zijn leven, of er niets is, waaraan hij in 't geheel niet denken wil, als hij zijne zonden belijdt voor den Heer, iets dat hem veel te klein en te onbeteekenend voorkomt. En wie iets dergelijks vindt, o, laat het woordje alle hem waarschuwen, want de grootste zonde, die beleden en bestreden wordt, is niet zoo gevaarlijk als de kleinste, die men in onoprechtheid laat voortwoekeren. Eéne schadelijke vlieg bederft goede zalf (Pred. 10 c i), één zaad van onkruid, dat men in zijn hart laat voortwoekeren, kan den geheelen akker bederven. Tegenover de vele goede hoedanigheden, die Judas had, was het weinigje eerzucht en hebzucht, dat in hem leefde, slechts eene kleinigheid, en toch, omdat hij er zich niet van wilde laten reinigen, heeft het hem tot den verrader zijns Heeren gemaakt.

Laat dan dat woordje alle ons steeds voor oogen staan, met zijn troost en zijn ernst: ook de grootste zonde kan vergeven worden, maar ook de kleinste moet vergeven worden.

XXVIII. Verzegeling.

Zoo weten wij dus wat Jezus Christus gedaan heeft om zondaren zalig te maken. Het Heilig Avondmaal herinnert ons daaraan. Niet alleen echter ter herinnering,

Sluiten