Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar ook „tot eene verzegeling daarvan" is het ons gegeven.

Dat is de heerlijke beteekenis van het H. Avondmaal en ook van het andere Sacrament, den H. Doop. Het bijzondere der Sacramenten is dat zij een uitwendig teeken hebben, en dat teeken is als een zegel des Heeren. Want een zegel dient om iets in rechten te bevestigen. Een kwijtbrief, een contract zijn niet geldig, wanneer zij geen zegel hebben. Zulk een zegel was in Israël de besnijdenis (Rom. 4 : 11), en zoo verzegelt God ook aan ons zijne beloften en toezeggingen door zichtbare teekenen, in de H. Sacramenten. Daardoor wordt aan een ieder persoonlijk verzegeld dat ook voor hem de genade, de verzoening, de verlossing is.

Ach! dat hebben velen ook zoo noodig! Hoe menigeen is er, die niet tot de blijde verzekerdheid des geloofs kan komen! De boodschap hoort hij wel, maar het geloof ontbreekt hem. Hij durft niet te gelooven dat ook hij zelf waarlijk recht heeft op al de heerlijkheid, welke in Gods Woord hem wordt toegezegd. Hij voelt zich zelf te zondig, niet vroom genoeg, niet diep genoeg in zondebesef, niet krachtig genoeg in geloofsleven. Hij twijfelt er misschien aan of hij wel uitverkoren is. En als hij in de kerk de Blijde Boodschap hoort, dan denkt hij: „dat is voor dezen en dien, van hen weet ik dat zij vroom zijn, maar dat is voor mij niet!"

Maar zie, voor den oprechte, die zoo bekommerd is, zijn de H. Sacramenten tot eene verzegeling gegeven, opdat hij er niet aan twijfele of hij zalig kan worden. Want in de Sacramenten richt de Heer zich tot hem persoonlijk. Daarbij kan hij niet denken: „Dat is voor anderen". Het water immers, waarmede hij gedoopt is, daarmede is niemand anders gedoopt: het brood en de wijn, die hij eet en drinkt in het H. Avondmaal, die krijgt niemand anders. En de zegen, die aan dat water, dat brood en dien wijn verbonden is, moet derhalve persoonlijk voor hem zeiven wezen. Welk een voorrecht dus, gedoopt te zijn; welk een zaligheid, tot het H. Avondmaal te kunnen gaan,

Sluiten