Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behendig is ze. Een mooi gezicht, als ze, op haar aehterpooten staande, zich poetst en likt. Zwemmen kan ze ook wel.

Gehoor, reuk en gezicht zijn best ontwikkeld, 't Laatste komt vooral te pas, want gewoonlijk komt ze eerst 'savonds uit haar schuilhoek te voorschijn.

Evenals de konijnen vermenigvuldigen zij zich sterk. Elk jaar 5 of C maal jongen, telkens 4 a 8. Eerst zijn deze heel klein en naakt, de eerste 12 of 13 dagen blijven ze blind; dan nog een paar dagen in 't nest; daarna zelf op voedsel uit.

't Nest, in allerlei schuilhoeken, bestaat uit hooi, stroo, papier, spaanders, lapjes, veeren, kortom uit zachte stoffen.

De muis heeft veel vervolgers, waarvan de kat de ergste. Ook uilen, bunzings, ringslangen en egels maken jacht op muizen. En de mensch niet te vergeten.

Op 't veld leeft een verwant, nl. de veldmuis. Waar deze talrijk voorkomt, wordt groote schade aangericht aan de graanakkers. Zij bijten de halmen beneden af, zoodat deze omvallen, waarna ze de aren afknagen en mee naar haar woning sleepen. Die woning is onder den grond en heeft evenals die van 't konijn veel uitgangen. Tegen 't najaar trekken ze zich terug onder de hoopen graan, en komen dan ook wel in schuren en stallen een schuilplaats zoeken. Gedurende de koudste winterdagen houden ze een winterslaap. Ook zij vermenigvuldigen zich snel; in de# zoogenaamde muizenjaren vertoonen ze zich dan ook in ontelbare menigte. Ze worden vervolgd door vossen, bunzings, wezels, uilen, kraaien. Toch zijn deze vijanden niet bij machte, ze geheel uit te roeien. Een middel, in den laatsten tijd in sommige lauden tegen de veldmuizen aangewend, bestaat in het toedienen van brood, gedrenkt met een vloeistof, die een besmettelijke ziekte onder die schadelijke dieren doet ontstaan.

Echter staat tegenover al de schade, die ze aanrichten, een voordeel: de akker wordt door het omwoelen, alsmede door de bemesting met de doode muizen, voor een volgend jaar vruchtbaar.

O P O A V E N.

1. Waar wordt de muis al gevonden?

'2. Waarom noemt men ze toch geen huisdier?

Sluiten