Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we nuttigen, gaat van onzen mond door den slokdarm naar de maag; deze ligt juist onder het middelrif in de buikholte. De slokdarm begint achter in den mond, in de keelholte, loopt eerst achter de luchtpijp en vervolgens dicht bij de rugwervels langs, gaat daarna door het middelrif en mondt eindelijk uit in de maag. In den mond is het voedsel onder 't kauwen reeds met speeksel vermengd; uit klieren van den maagwand wordt een ander vocht, het maagsap, afgescheiden, waarmee het voedsel vervolgens wordt doortrokken. Nadat het voedsel uit de maag is, komen daar nog de gal en het darm vocht bij. Al deze vochten oefenen op het gebruikte voedsel een dergelijken invloed, als suiker en zout van water ondervinden: ze lossen het op. En evenals geraspte suiker spoediger wordt opgelost dan broodsuiker, zal ook ons voedsel sneller worden opgelost, als het fijn gemalen in de maag aankomt. Dat oplossen van het voedsel heet verteren. In onze maag en onze darmen verteert het, nl. voor zoover het daarvoor geschikt is. Werpt men suiker, met zand vermengd, in water, dan zal wel de suiker, maar niet het zand oplossen. Zoo bevat ons voedsel gewoonlijk slechts eenige oplosbare bestanddeelen. Hoe meer stoffen een spijs bevat, welke door onze spijsverteringsvochten worden opgelost, des te voedzamer noemen we die spijs. Het opgeloste voedsel wordt door fijne buisjes uit de darmen opgezogen en naar een groote bloedader gevoerd. Daar stort het zich uit in het bloed. Zoo ontvangt het bloed nieuwe voedende kracht. Bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering staan dus met elkaar in zeer nauw verband; geen mensch kan zich in een volkomen gezondheid verheugen, wanneer één van deze drie werkingen stoornis ondervindt.

DE SPIJS VERTE H ING.

1. Waarvoor we voedsel gebruiken.

2. Welken weg het voedsel heeft af te leggen.

3. Waar de maag zich beviudt.

4. Wat er in deu mond met het voedsel gebeurt.

5. En wat er in de maag mee geschiedt.

(5. Waarom we het voedsel goed fijn moeten kauwen.

7. Waar het heengaat, als het de maag verlaat.

8. Spijsverteringssappen.

Sluiten