Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond, dat men dan soms gebrekkiger taal te lezen geeft dan de kinderen zelf gebruiken. Vooral op scholen, waar de kinderen van huis uit een vrij volledigen woordenvoorraad medebrengen, spreekt dit bezwaar het sterkst.

Door twee middelen is getracht hieraan tegemoet te komen: de opvolging der eerste letters is gewijzigd, waardoor de werkwoordelijke vorm eet tot de eerste woordjes behoort en in de eerste leesoefeningen worden enkele woorden vervangen door afbeeldingen van voorwerpen, wier naam nog niet gelezen kan worden. Voor hen, die niet gemakkelijk een eenvoudig teekeningetje kunnen maken zonder voorbeeld, zijn de figuurtjes achter in het boek afgedrukt. Enkele zinnetjes behielden daardoor nog een wat ongewonen vorm. echter slechts zoo weinige, dat het genoemde bezwaar nagenoeg geheel vervalt.

Niettemin moet zoo'n zinnetje eerst in den gewonen vorm gegeven worden, waarna de mededeeling volgt, hoe we het zullen schrijven, b.v. bij het bespreken van den inhoud ontstaat de zin: geef een noot aan oom. en dan volgt de mededeeling: „we zullen opschrijven: een noot aan oumJ.

Ook al zijn we zoover gevorderd, dat de zinnen niet meer uit slechts enkele woorden behoeven te bestaan, eenvoudigheid van zinsbouw blijft nog lang noodig. En dien eenvoud zoeke men niet in de eerste plaats te bereiken door beperking van omvang, al mag die niet verwaarloosd worden, maar het meest door gemakkelijk verband der deelen. Ongewone woordschikking levert veel meer moeilijkheden op.

Van niet geringe beteekenis voor het gemakkelijk overzien is de wijze van drukken:

laat lederen zin in den eersten tijd op een nieuwen regel beginnen ;

wordt de zin wat langer dan een woord of vijf, plaats dan een komma, waar een rust mogelijk is, ook al wordt dit gewoonlijk niet gedaan ;

Dit laatste middel bevordert tevens een goeden leestoon.

Ifiat door verschillenden lettervorm uitkomen, dat een ander gaat spreken, of dat een ander deel van het verhaal begint.

~

y

Sluiten