Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t en d. Er bestaat dus eenig gevaar, dat sommige leerlingen een woord opgeven met d in de meening er een met t te hebben genoemd. Daarom is het wellicht beter, na het laten opmerken der t weer uit een aantal woorden, die de onderwijzer noemt, die met t te laten kiezen, zooals dat bij de eerste oefeningen geschiedde. Eerst daarna moeten de leerlingen woordjes met t noemen.

Geeft nu deze of gene er toch een met d (natuurlijk worden woorden met d op 't eind goedgekeurd: het is hier nog alleen om juist hooren te doen) dan late de onderwijzer het verschil goed uitkomen: van hem hooren de leerlingen dit beter dan van zich zelf. Woorden als doos en toos, das en tasch, Dien (Dina) en tien, dak en tak zijn bijzonder geschikt ter vergelijking: de verschillende beteekenis is een krachtige steun bij de onderscheiding der klanken.

Het aanhangsel bevat nog meerdere opmerkingen betreffende „uitspraak".

§ -i'S. Naast de oefening in het ontbinden van woorden staat die in het verbinden van letterklanken tot woorden.

Is het opmerken van letterklanken noodig om de leerlingen met die onbekende zaken vertrouwd te maken, en moeten zij woorden ontbinden om te weten uit welke klanken een woord bestaat, zoodat zij het woord kunnen maken, het verbinden van letterklanken tot woorden is noodig om hen bij het zien van eenige letterteekens en na het uitspreken van de overeenkomstige klanken het woord te laten hooren, d. i. ze te laten lezen.

Aan deze vooroefening moet bijzonder veel zorg gewijd worden, omdat daardoor het vlot lezen bevorderd wordt. Door veel vooroefeningen te houden in het verbinden, neemt men een der moeilijkheden bij het lezen, en wel de grootste, voor de leerlingen weg, of maakt haar ten minste veel kleiner.

Wie trouw oefeningen in het verbinden van letterklanken tot woorden houdt, ondervindt daarvan bij het eigenlijke lezen

Sluiten