Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid voor „afkijken". Op gevaar af verdacht te worden van ketterij, zouden we dat „afkijken" in de laagste klasse in bescherming willen nemen.

Of is het beter, dat de zwakke broeder reeds zoo spoedig na zijn intrede in deze nieuwe wereld neergedrukt wordt door het besef, dat hij „toch niets kan"?

Als dat afkijken in het begin oogluikend wordt toegelaten, zoo noodig zelfs openlijk wordt toegestaan door een: ..ken-je 't niet, kijk dan maar bij hem", langzamerhand wordt beperkt door een: „probeer dat nu eens alleen", dan is het best mogelijk, dat met wat moeite van den onderwijzer menigeen blijkt mee te kunnen, die anders na een paar maanden al „opgeschreven" staat tot „zitten blijven".

Daarbij komt, dat het goed afkijken bij dit werk niet zonder beteekenis is. We geven immers later ook vaak woorden om na te schrijven, voordat wij ze als dictée geven?

Dit neemt niet weg, dat de onderwijzer telkens en telkens weer dient te onderzoeken, of zelfstandig werken mogelijk is en het moet bevorderen door aanmoediging en afkeuring. De medeleerlingen helpen daarbij dikwijls trouw door verborgen te houden, wat ze gemaakt hebben en door de minachting, die ze zoo'n „dommen jongen" maar al te zeer laten gevoelen.

Met opzet is hier wat uitvoerig gesproken over een onderdeeltje — het gebruik van een leermiddel — van een onderdeel - het maken van woordjes — der methode. Wie bedenkt. van welken invloed zulke schijnbare kleinigheden als het uitdeelen en opbergen en het doelmatig gebruik van een leermiddel zijn op de orde en daardoor op het werk van den beginnenden onderwijzer, die zal het ook niet verkeerd achten, dat eenige aandacht gevraagd wordt voor zoo'n „onnoozel technisch onderdeel" van een vak. dat toch meer vraagt van zijn beoefenaar dan wat militaire commando-vaardigheid.

De fijnere deelen van ons vak kunnen niet anders dan winnen bij gewenning aan stipt en snel opvolgen van kalme, korte bevelen; want natuurlijk is hier de goede zijde van het „militaire" bedoeld.

Sluiten