Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plaat I: neeltje, sientje, konijn, melkkan, gordijn, kanarie, frans, hond.

Plaats II: tuin, ren, haan, wagen, paden, kozijn (waar de kat op ligt).

Plaat III: waterkan, deken, stoelen, pantoffels.

Plaat IV: boeken, poppen, tonnen, harlekijn.

Hier, waar we betrekkelijk weinig woorden met behulp der platen kunnen vinden, als we ons alleen tot voorwerpsnamen bepalen, is het de plaats om aan te geven, hoe we gemakkelijk dit aantal kunnen uitbreiden. Op gelijke wijze kan men later handelen, als de voorraad weer eens wat schaarsch is.

Tot voor de leerlingen begrijpelijke werkwoorden kunnen we komen door te zeggen: „laten we eens zien, of we woordjes met n kunnen vinden, als we er op letten, wat de menschen en kinderen doen." En dan komen we tot: oom zit te praten, de poes zit melk te likken, de kanarie zit te zinyen, sientje staat te gieten, willem staat te harken, frans zit te lezen, met het boek op zijn knieën, enz.

Het laatste woord geeft een goed voorbeeld, hoe ongezocht een woord kan voorkomen, dat ook wel zonder dat verband te gebruiken was. maar dan niet zoo voor de hand lag. En ter voorkoming van noodeloos tijdverlies in de eerste plaats is het gewenscht alleen te nemen, wat voor het grijpen ligt.

Zoo noodig, zijn de genoemde woorden, die echter meestal wel voldoende zullen zijn, nog wel te vermeerderen met woorden als: neus, handen enz.

De onderscheiding van m en n geeft soms moeilijkheden. Hoe gering het verschil in klank tusschen beide letters echter moge zijn, het voornaamste verschil in vorming is zoo in het oog loopend. dat het zelfs voor jonge leerlingen duidelijk waarneembaar is. Spreekt de onderwijzer de woorden kam en kan enz. zoo uit, dat de slotletters wat lang aangehouden worden en de stand van lippen en tanden goed, desnoods wat overdreven uitkomt, dan is het voornaamste verschil duidelijk

Sluiten