Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar de platen zooveel stof geven, worden alleen de meest voor de hand liggende woorden gebruikt.

Daarbij komt. dat de vooroefeningen steeds sneller kunnen atloopen.

Het letterteeken leeren kennen uit: een ar.

Vertellen enz. van de lesjes op bladz. 22, 23, 24. 25, 26.

()pmerking: bladz. 26, regel 5 en 6: de das moet naar den tuin om 'te drogen.

Vooroefeningen met v. Uitgangspunt: vat. Alleen woorden met v vooraan laten noemen.

In plaatsen, waar v als f wordt uitgesproken, moet gezorgd worden het verschil goed te laten uitkomen.

De platen geven:

Plaat I: vader, vork, vloerkleedje, voeten, vaas (bloemen).

I 'laat II: vogeltje, duiventil, wegvliegen (vogels).

Plaat III: vloer, vuil (handen, die gewasschen moeten worden).

Plaat IV: venster, verfdoos, servies, varen (schip).

Het letterteeken leeren kennen uit: een vat.

Vertellen enz. van de lesjes op bladz. 27, 28, 29. 30 en 31. 32, 33.

Opmerkingen: op bladz. 27 en op enkele volgende bladz. komt een tweelettergrepig woord voor. Noch het ontbinden, noch het lezen geeft bij deze woorden moeilijkheden, omdat de twee lettergrepen ieder op zichzelf reeds herhaalde malen ontbonden en gelezen zijn. zoo zelfs, dat zij reeds behooren tot die woorden, welke de leerlingen niet meer „spellen" voor zij ze lezen.

Bladz. 27: de woorden heer en voor worden niet ontbonden, voor men ze laat lezen.

Bladz. 28: regel 10 en 11 worden door den tuinman gezegd.

Bladz. 29, voor niet laten ontbinden.

Ofschoon de lesjes op de bladz. 27, 28, 29 en 30 over dezelfde personen handelen en hetgeen er in verteld wordt, op hetzelfde tooneel voorvalt, geeft elk lesje een geheel, -en vervalt dus het bezwaar, dat men tegen de lengte zou

Sluiten