Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerking: het woord slaap-hans wordt niet in eens gemaakt. De onderwijzer vraagt na het maken van bent: „wat moeten we nu maken?", antw.: slaap-hans, en dan: „maak slaap", daarna: „zet er achter hans11.

Voor bladz. 43 en 44:

jan slaat zijn zus-je let-je.

je moet je zus-je niet slaan.

ik sluit je op.

moe nam den sleu-tel.

zij sloot jan op.

Opmerking: met het oog op de stomme e in sleutel zal het beter zijn dit woord op te schrijven en te laten namaken.

Voor bladz. 45 en 46:

wil-lem meen-de een snoek te zien.

aan een snoer maak-te hij een ap-pel vast.

Voor bladz. 47 en 48:

snap heeft een snuit als on-ze mop.

hij likt de han-den van koos.

aan daan geeft hij geen poot.

daan gaf hem een snee koek.

toen gaf snap wel een poot.

het is een slim dier.

DE LEESOEFENINGEN VOOR HET 4E STUKJE.

S 59. In dit stukje worden de oefeningen in het lezen van woorden met dubbele medeklinkers voor en achter voortgezet. terwijl intusschen de hoofdletters aan de beurt komen.

Ofschoon in ieder lesje weer eenige woorden met dezelfde moeilijkheid voorkomen, zijn er hier en daar enkele opgenomen, die niet tot een bepaalde rubriek gebracht konden worden, maai die toch na al de voorafgaande oefeningen geen moeite opleveren.

Sluiten