Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat vond zij niet heel pret-tig.

Er zou-den twin-tig ken-nis-jes ko-men.

Ge-hik-kig was tan-te Di-na er ook.

Zij kon heel grap-pig ver-tel-len.

En zij hield de meis-jes be-zig met al-ler-lei aar-di-ge spel-le-tjes.

Bladz. '27:

Ger-rit en Jans-je wa-ren kin-de-ren van een we-du-we. Hun va-der was al ee-ni-ge ja-ren dood.

Ger-rit werk-te bij een tim-mer-man.

Eerst ver-dien-de hij maar wei-nig.

Maar spoe-dig kreeg hij meer, om-dat hij zoo ij-ve-rig werk-te.

De moe-der van de kin-de-ren werd ziek.

Zij had he-vig de koorts.

Dat was heel treu-rig voor hen.

Zij wa-ren er ver-drie-tig door.

Ger-rit liep voor-zich-tig naar het bed.

Zijn moe-der sliep nu rus-tig.

Ge-luk-kig was hun moe-der na drie we-ken weer ge-heel her-steld.

Jans-je kon weer ge-re-geld naar school gaan.

En Ger-rit ging ook weer naar de tee-ken-school.

In het lesje op bladz. 30 komen woorden voor, waarin de ij toonloos is. Als leesoefening dient:

Het vroor, dat het kraak-te.

De jon-gens von-den dat heer-lijk.

Na school-tijd gin-gen zij ge-woon-lijk naar het ijs.

Voor Hans was het rij-den te moei-lijk.

Maar dat wil-de hij niet we-ten.

Flip gat' hem zijn schaat-sen.

Nau-we-lyks stond Hans, of daar viel hij.

Hij trok een lee-lijk gezicht.

De jon-gens lach-ten hem har-te-lijk uit.

In de volgende twee lesjes komen woorden voor, waarin de ic op het eind niet uitgesproken wordt.

Bladz. 83: *)

*) Dit lesje is, met toestemming van den uitgever, vervaardigd naar Oud Moedertje, uit: In huis en daarbuiten door H. Brunings, uitg. Sehaafsma te Dokkum, een bundeltje kindergedichtjes, waarvan vele zeer geschikt zijn voor de volksschool.

Sluiten