Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Baux, omstreeks 1200, was het geweest, die ten teeken van zijn volkomen zelfstandigheid. den titel aannam van «Guillaume par la grace de Dien prince il'Orange" en sedert was die onafhankelijkheid onaangetast gebleven, ook toen de Koningen van Frankrijk hun gebied over andere Zuid-Fransche rijken als Dauphinée en Arles (Provencej hadden uitgebreid.

'13' De aanspraken van Brandenburg waren gebaseerd op het testament van Frederik Hendrik, die bepaald had dat bij het afsterven van zijn mannelijke nakomelingschap, de liniën uit zijn dochters gesproten, «ouden moeten opvolgen. Nu stamde Johan Willem Friso uit een jongere, de Brandenburg's daarentegen uit de oudste dochter. Indien Brandenburg volhield, dat het testament van Willem III voor dat van Frederik Hendrik moest wijken, dan was er geen reden, waarom dit niet op zijn beurt moest wijken voor de testamenten van Maunts en Philips Willem, waarin de Nassausche erfopvolging gehuldigd was, volgens welke de Boomsche tak van Siegen de naaste zou wezen. Trouwens als men eenmaal aan de vrijheid van testeeren ging tornen, dan vielen ook des Zwijgers rechten weg en waren de Mailly-Nesle's de rechthebbenden, althans zooveel Oranje betreft. Met betrekking tot de Nederlandsche bezittingen als Breda, Buren, enz stond de zaak weer anders. Zoo werd bijv op de Egmondsche goederen aanspraak gemaakt door verwanten van Philips Willem's moeder, in België gevestigd.

(14) Pruisen had zich na den dood van Willem III in het bezit gesteld van liet bij Oranje behoorende Npiiohütel en stond daarop, bij tractaat van li April 1713, Oranje aan Frankrijk al, zich verbindend de zaak met den tak van Johan Willem Friso in het reine te brengen. Eerst na de meerderjarigheid van Willem IV kon een definitieve schikking tot stand komen, nl. bij het tractaat van 1732. waarbij Pruisen Neucliatel behield en beide liniën het recht kregen titel en wapen van het prinsdom Oranje te voeren. Uitdrukkelijk werd bepaald dat die titel ook mocht overgaan op vrouwelijke nakomelingen.

Sluiten