Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet. Waarom moest de Koning bij de Grondwet zich verbinden, den hem toekomenden titel van Prins van Oranje door zijn oudsten zoon te laten dragen, en waarom moest anderzijds aan den zoon de verplichting worden opgelegd tot het metterdaad voeren van dien titel?

Toch is de zaak zoo vreemd niet, als ze oppervlakkig moge schijnen, naardien het voor het Nederlandsche volk geenszins onverschillig kon wezen, of de titel, waaraan het zoozeer was gehecht, al dan niet in aandenken gehouden werd. De stadhouders hadden geen hoogeren titel en werden dus Prins van Oranje genoemd ; toen nu het hoofd van het stamhuis den titel van Koning kreeg, zou de prinsen-titel daardoor verduisterd zijn. Om hem niet in het vergeetboek te doen geraken, werd bij die gelegenheid reeds aanstonds vastgesteld, dat de oudste zoon bij dien titel zijns vaders zou genoemd worden (4).

Er was echter nog een reden van veel meer dringenden aard, om de bepaling wel degelijk in de Grondwet op te nemen. Wij hebben gezien dat ten opzichte van Oranje gansch andere regelen van erfopvolging golden, dan ten opzichte van de Nassausche landen. Ook van de regelen van troonopvolging, in onze Grondwet gehuldigd, was de erfopvolging betreffende Oranje, zooals zij zich door het gewoonterecht ontwikkeld had, niet weinig onderscheiden. Zelfs kon over Oranje, gelijk wij zagen, bij testament worden beschikt. Er bestond dus volstrekt geen waarborg, dat te allen tijde de regeerende Koning den titel van Prins van Oranje zou bezitten.

Sluiten