Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In strijd met hetgeen Ihier vanouds had gegolden, begon men den regel dat adeldom niet van moeder op kind overgaat (le ventre n'anoblit pas) uit te breiden tot de feodale titels van baron, graaf enz. en den overgang van deze te bemoeilijken (zie boven Aant. 3). Daarentegen werden talrijke baronnen en graven door den Souverein gecreëerd, meestentijds met de bepaling dat zij dien titel aan de een of andere daarvoor in aanmerking komende bezitting mochten verbinden, wat dan gewoonlijk achterwege bleef, zoodat de titel eenvoudig vóór den geslachtsnaam werd geplaatst.

Op die wijze had dus in België de overgang plaats van het stelsel der zakelijke titels tot dat der geslachtstitels, met dien verstande evenwel, dat de titel (niet te verwarren met den adeldom zeiven, recht gevend op het praedicaat van jonker) slechts door één persoon tegelijk kon worden gevoerd en dus moest overgaan bij recht van eerstgeboorte. Zij vererfden als denkbeeldige leengoederen in de nederdalende mannelijke lijn, doch mochten, overeenkomstig de beperkingen door Philips II en Maria Theresia in het leven geroepen (zie Aant. 3), niet in de vrouwelijke lijn overgaan. Men zou het aldus kunnen uitdrukken, dat de oude spilleleenen uit den feodalen tijd. thans meerendeels door nieuwe fictieve, doch niettemin quasi-feodale zwaardleenen verdrongen werden. Alleen met betrekking tot de leengoederen, die geen recht op een adellijken titel gaven (gewone heerlijkheden), bleef het oude leenrecht van toepassing

Bij de instelling van den Nederlandschen Adel door Koning Willem I, werd wel, zooals we boven zagen, als beginsel aangenomen dat alle titels geslachtstitels zouden zijn, maar werd aanvankelijk toch een groote voorliefde aan den dag gelegd voor het in België inheemsehe stelsel van den overgang bij eerstgeboorte. Weldra werd echter de aandrang in het Noorden, vooral van de Geldersche en Overijsselsche geslachten te sterk en werd aan tal van geslachten de titel van baron en barones toegekend voor alle leden, overeenkomstig den Duitschen regel. Sedert de afscheiding van België is dit laatste hoofdzaak, de overgang van den titel van baron of graaf bij eerstgeboorte daarentegen uitzondering geworden.

Ik heb hier deze eenigszins uitvoerige uiteenzetting meenen te moeten geven om te doen zien, dat men, daar waar het den overgang van reëele titels geldt, zich geheel moet losmaken van onze tegenwoordige begrippen omtrent titels en, tot recht verstand van den gang van zaken, moet teruggaan naar de tijden der werkelijke feodaliteit, toen een titel iets wezenlijks was, niet een bloote versiering van den geslachtsnaam, maar de aanduiding van een, volgens bepaalde regelen van den een of den ander overgaande, bezitting of kwaliteit.

(5) In Engeland is de rangorde, welke niet alleen ten Hove, maar in de geheele samenleving in acht behoort te worden genomen, met mathematische stiptheid vastgesteld. Men vindt de -Scale of general or social precedence" o. a. in Burke's «Peerage, Bartonetage en Knightage", waarbij de plaats wordt aangewezen aan den adel, de geestelijkheid en de ambtelijke wereld.

Met betrekking tot den adel, wordt telkens onderscheiden tusschen den drager van den titel, diens oudsten zoon en opvolger en de jongere zoons van het geslacht, terwijl alle geslachten van gelijken titel gerangschikt zijn naar den datum, waarop zij dien titel ontvingen, waarvoor alphabetische ranglijsten bestaan.

Ten einde nu echter aan gehuw vrouwen de plaats te kunnen geven, die haar krachtens geboorte toekomt, wanneer zij uit eigen hoofde een hoogeren rang

Sluiten