Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom voor het leven, en onze overeenkomst, onze weddenschap, de rijke vrouw, die ik u heb toegezegd?"

„Die rijke vrouw, die gij voor mij bestemt, zou ik dus zóó maar moeten nemen!"

„Ik zet op den voorgrond dat gjj nog geheel vrij zijt in uwe keuze: het zou eene indiscretie zjjn, naar uw hart te vragen, maar er kon kwestie zijn van een geheim engagement..

„Zoo iets zou mij al heel slecht te pas zijn gekomen."

„Nu, dan stel ik voor een zestal te maken van de jonge dames, die bij mactfte zijn om u, benevens het geluk des huwelijks, de voldoening te schenken eene positie te kiezen naar uw zin."

„Goed zoo ! maar ik dacht niet dat de keuze hier zoo ruim was..."

„Dat zult gij zien; daar is vooreerst Bertha Rijstman, nog een nichtje van mij, brunette, geen onaardig gezichtje, zes-en-twintig jaar, eenig kind van een vader, die molens en fabrieken heeft, en die op een half millioen wordt geschat. Bereidvaardig om zijn aanstaanden schoonzoon als compagnon aan te nemen in zijn drukke zaak, en zelfs zoo verlangend naar een dergelijken schoonzoon uitziende, dat hij niet naar de fortuin zal vragen, die deze zelf zou kunnen aanbrengen."

„Maar als het er zoo mee staat, dan is het toch vreemd, dat die jonge dame zes-en-twintig jaar is geworden, zonder dat de gewenschte pretendent is opgedaagd."

„Neen, dat is niet vreemd, want het meisje is wel wat moeielijk, en ze laat de jongelui blauwtjes loopen, omdat degeen dien zij zelve eens had gewild, geen plan had op het huwelijk, en de oprechtheid had het haar te bekennen."

„Gij zelf?" vroeg Karei Zegers.

„CVs< toi qui Vas dit," lachte Smilders, „maar wij zijn goede vrienden gebleven, en nu zij begint te begrijpen dat hare eerste jeugd nutteloos voorbijgaat, ben ik zeker dat Eckbert met zijn blauwe oogen en zijn mooie uniform, door mij gerecommandeerd, veel kans zou hebben om te slagen."

„Eilieve, recommandeer mij maar niet, want ik beken u, dat ik wat bang zou wezen voor zekere rivaliteit I"

„Recommandeer mij!" riep de ontvanger levendig.

„En mij, asjeblieft," riep Karei Zegers.

Sluiten