Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Regina van Berchem had eenige droppelen Oostersch bloed in de aderen. Haar bleeke tint, door geen liefelijk rood en wit afgewisseld, getuigde er van, hoewel zij het ovaal van haar gelaat, haar fijnen, rechten neus en wel wat scherpe trekken, het hooge voorhoofd en den kleinen mond met de frisch roode lippen kennelijk dankte aan een Europeeschen vader. De heer Maurits van Berchem, die jong reeds naar Neerlandsch-Indië was vertrokken, kwam na een twintigjarige afwezigheid in Holland terug met eene bleeke ziekelijke vrouw en de driejarige Regina, zijn eenig kind. Zooals vanzelf spreekt met eene baboe, maar overigens zonder Oostersche bedienden.

Hij vestigde zich na een kort verblijf bij zjjn broeder, in Gelderland, waar hij een prachtig landgoed kocht, in de hoop dat het stille buitenleven en de frissche Geldersche lucht de teere bloem van Insulinde, die hij tot gade had genomen, zou versterken. Maar het viel anders uit. De jonge vrouw bleek niet bestand tegen het groot verschil van klimaat, en na eenige maanden kwijnens bezweek zij. Het was een gelukkig huwelijk geweest; de heer van Berchem was ontroostbaar over zijn verlies, en verweet zich zeiven, dat hij mogelijk haar dood had verhaast, door haar naar zjjn vaderland mee te voeren. Toch was dat met de beste bedoelingen geschied, en zij van hare zijde had vurig verlangd Indië te verlaten, want zjj had een Hollandschen vader gehad, die met zorg over hare jeugd gewaakt, en die haar, met toestemming van hare Indische moeder, eene geheel Europeesche opvoeding had laten geven. Naar Europa heentrekken, in Holland

Sluiten