Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen, was hare illusie geweest, en toch de verwezenlijking daarvan kostte haar duur. In den eersten tijd was Regina's vader zoo verslagen, zoo verdiept in zijn smart, dat hij er zijn dochtertje voor vergat, dat toch het naaste recht had op zijne zorgen. Hij kon haar niet aanzien zonder in de diepste melancholie te vervallen, en liet haar over aan de zorg van hare baboe, die haar geheel overliet aan haar eigen wil en zin. Alleen bewaakte zij het kind en paste het op als een trouwe hond, die men tot wachter bij de kudde heeft gezet; maar om iets voor hare vorming te doen, om het kind ook maar de manieren, de gewoonten en gebruiken te leeren, die ieder ander kind van haar leeftijd reeds als vanzelve zich had eigen gemaakt in den omgang met andere kinderen of beschaafde lieden, dat was buiten hare macht. De heer van Berchem, geheel in zijne droefheid verzonken, scheen er niet op te letten. Regina at zelf niet aan zijne tafel, en de baboe was veel te jaloersch van hare „nonna", om toe te staan dat de andere bedienden er zich mee bemoeiden. Het was eigenljjk eene huishouding zonder hoofd; de heer des huizes had tegen eene huishoudster, en zelf had hij er noch lust in, noch slag van om zich met het bestuur van zijn huis te bemoeien. Het ging er dan ook ordeloos en ongeregeld toe. Hoe eenvoudig en afgezonderd hij ook leefde, zjjne huishouding kostte schatten, zonder dat er werkelijk comfort heerschte; zijne zwakke vrouw had op niets orde kunnen stellen, en hij zelf vroeg naar niets, mits men maar zijne rust eerbiedigde. Hij vermeed opzettelijk den omgang met de bewoners der omliggende buitenplaatsen, en had zich welhaast de reputatie verworven van een schuwe menschenhater te zijn, zonder dat hij iets deed om die benaming te logenstraffen. Toch was er iemand die betere getuigenis van hem had kunnen geven: <le vader van Eckbert Witgensteyn. Hij had mevrouw van Berchem behandeld in hare ziekte; en al had het niet in zjjne macht gestaan haar te behouden, haar echtgenoot was toch zoo voldaan over zijne diensten, zoozeer ingenomen met zijn persoon, dat hij hem als zijn vriend beschouwde, huis en hart voor hem openstelde, en hem zelfs de verplichting oplegde van een dagelijksch bezoek, een tijdverlies, waarvoor hij hem ruimschoots schadeloos stelde. Somtijds bracht dokter Witgensteyn zijn zoontje mee,

Sluiten