Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouderophalen uitgedrukt. Maar toch, hetgeen er Regina toe gebracht had zich in deze positie te plaatsen, was juist niet de druk van zulke zeer gewone omstandigheden; zij werd daartoe veeleer gedreven door innerlijken gemoedsdrang, dan geprest door uiterlijken nood. Zij had vrij en onafhankelijk kunnen blijven, als zij het gewild had; waarom zij dat met wilde, gaan wij zien, als wij de moeite nemen een terugblik te werpen op hetgeen voorafgegaan was, eer wij haar te 's Hage ontmoeten.

Oom Jozua had het haar niet verbloemd, hoezeer hij het betreurde dat zij Eckbert Witgensteyn, die op hem een goeden indruk had gemaakt, uit zijn huis had gedreven.

Zij, van haar kant, meende eene rechtvaardige executie te hebben volvoerd; maar welhaast werd het haar duideljjk, dat zij groot onrecht had gepleegd, onheil had gesticht, en dat het niet veel scheelde, of er was manslag begaan door hare schuld.

Eckbert had niet berust in den schijn van medeplichtigheid, dien het biljet van Karei Zegers op hem had geworpen. Hij was dezen explicaties gaan vragen, en had hem bij die gelegenheid nogal uit de hoogte bejegend. De handelsagent had er eene aardigheid van willen maken en hem voorgehouden, dat men in zijne positie, en bij de groote concurrentie die er bestond, iedere kans moest aangrijpen, en dat hij iedereen vóór had willen zijn om zijne financieele medewerking te verkrijgen, daar hij in hem reeds den toekomstigen Cresus voorzag; maar Witgensteyn zelf, gekrenkt en verbitterd, had geen oor voor deze uitvluchten en eischte van hem eene verklaring, welke hij niet verkoos te geven, met dit gevolg dat de zeeofficier hem te midden van hun vriendenkring op de sociëteit, onder een nietig voorwendsel, eene grove beleediging aandeed, om hem te dwingen tot eene andere voldoening dan in de onbestemde termen, die Zegers had voorgesteld. Eckbert was gansch geen voorstander van het duel, en wie hem in koelen bloede daarover zijn gevoelen had gevraagd, zou gehoord hebben dat hij het eene roekeloosheid achtte, die niets bewijzen en niets goed maken kon; maar de wond, hem door Regina geslagen, had niet slechts zijn hart doen bloeden, ook zijn eergevoel was gekwetst, zijn bloed was overprikkeld, zijn heldere geest beneveld; hij verkeerde in een staat van ge-

Sluiten