Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerde, gehuld in een domino van dezelfde donkerbruine kleur als dien mijnheer Wijnands droeg. Deze persoon kwam naar hen toe en wisselde een paar woorden met Wijnands, die daarop tot Regina zeide: „Een vreemdeling, door mij geïntroduceerd, die een paar woorden met u wenseht te spreken, als gij daar niet tegen hebt;" en toen zij toestemmend boog, voerde hij haar de zaal door naar de openstaande deur van een kleiner vertrek, de zoogenaamde commissariskamer, waar slechts een enkele gasvlam brandde. De vreemdeling volgde zwijgend zijne aanwijzing en trad binnen; Wijnands liet hen samen en trok de deur achter zich toe.

„Mijn gastheer heeft vergeten mij uw naam te noemen," sprak Regina tot den gemaskerde, die in het midden van het vertrek bleef staan en de rechterhand op de tafel liet rusten; „mag ik u verzoeken dat verzuim te herstellen? Ik zou graag weten, wie mij op zulk eene geheimzinnige wijze een onderhoud vraagt?"

„Men moet soms de anonymiteit bewaren om het goede te doen, zooals anderen ter wille van het kwade," hernam de vreemdeling met een licht Duitsch accent; „en nu wij toch op een gemaskerd bal zijn, verzoek ik u, te mogen spreken onder het voorrecht van het masker. Ik wensch een onbekende voor u te blijven: en al noemde ik mijn naam, al wierp ik deze mom weg, ik zou toch een vreemde voor u zijn, al zijt gij het niet voor mij."

„Niet?" vroeg zij eenigszins verwonderd; „terwijl gij het voor mij zijt?"

„Zoo is het. Ik heb een vriend, die het zijn plicht acht over u te waken, en die gelooft dat ik u van dienst kan wezen."

„Is het onbescheiden te vragen: op welke wijze?"

Volstrekt niet; en daar het mijn toeleg niet is uw geduld op de proef te stellen, zal ik maar terstond met het noodigste beginnen. Maar ga zitten, als ik u verzoeken mag." Hij schoof een stoel voor haar aan bij de tafel, en nam tegenover haar plaats.

„Het is hier van algemeene bekendheid," ving hij aan, „dat graaf Stanislaus u druk het hof maakt; hebt gij reeds beloften met hem gewisseld, of bleeft gij nog tegenover hem vrij van elke verbintenis?"

Sluiten