Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het naaste station brengen, wel twee uren rijdens, sinds uwe stad nog niet begunstigd is met aansluiting aan het spoorwegnet."

Kegina uitte een flauwen kreet.

„Wees gerust," voegde Wijnands haar toe op luiden toon, „het zal zoo'n vaart niet loopen met die reis."

„Gij zult het wel anders zien; binnen vijf minuten zijn wij aan de barrière; de koetsier heeft mijne orders," pochte de graaf.

„Dat zal u tegenvallen, Excellentie!" zei mijnheer Wijnands; „binnen de drie minuten zijn wij aan mijn huis; de koetsier heeft mijne orders, en zal aan geene anderen gehoorzamen."

„Bah! daar geloof ik niets van, mijn kamerdienaar zit op den bok en zal wel zorgen dat er niets in mijn programma veranderd wordt."

„Uw kamerdienaar is te voet naar uw logement gegaan, en de man die op den bok zit, is... de Pruisische consul 1) of... zijn vriend; wie van beiden weet ik zelf niet."

„De domino!" riep de graaf met ontzetting.

„Hjj, ik, en... de andere, wij hadden precies denzelfden domino gekozen; de slimste zou er zich in vergissen," sprak Wijnands lachend.

„Zoo ben ik verraden! bespied! dupe gemaakt!" riep de graaf in woede.

„Excellentie, wij hebben eenvoudig onze maatregelen genomen om u te verhinderen een snood wanbedrijf te plegen."

Zonder naar hem te luisteren, deed de graaf eene poging om het portier te openen. Wijnands hield hem terug.

„Doe geen moeite, graaf, en berust in het fait accompli; gij zijt te verstandig om door nutteloos verzet u zeiven bloot te geven aan eene zeer gevaarlijke opmerkzaamheid. Dit rijtuig wordt door de politie in het oog gehouden, en zoo gij eene onvoorzichtigheid begaat, zal het u zelfs niet baten al verbreekt gij uw incognito, want, zooals gij u misschien herinnert, sta ik aan het hoofd der rechterlijke macht in deze provincie, en de Pruisische consul heeft orders van uw hof, die mjj de vrijheid geven u met allen verschuldigden eerbied in arrest te nemen, en — over de

1) Vóór 1870.

Sluiten