Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de nieuwsgierigheid van het publiek prijs te geven, die mijn vader blijkbaar zoo diep gingen, dat hij er zich nooit over heeft uitgelaten. Dit voorkomen te hebben, is mij voldoening genoeg." Hij haalde de schouders op. „Als gij er zelve pleizier in hebt u te laten plunderen, dan heb ik u geen raad meer te geven," sprak hij droogjes, „maar erger u dan ook niet, als men den hoed niet afneemt voor zulk don-Quichotisme!" „Neen, waarde heer," zei ik in mij zelve, „ik weet maar al te goed waarvoor men w«l den hoed afneemt, om op respect te rekenen voor wie vrijwillig armoede koos." Dat ik juist zag, bleek mij verder op iedere wijze. Ik spreek niet van de jongelui, die mij het hof hadden gemaakt; dat zij zich nu ter zijde zouden houden, wist ik vooruit; noch van de bedienden des huizes, wier toon en houding jegens mij zonderling waren veranderd; de vriendin zelve had immers, in hare wijze van mij te ontvangen, den maatstaf aangegeven van de deferentie die zij mjj schuldig waren. Hun kon ik het niet wijten, maar ieder brutaal antwoord, ieder moedwillig verzuim hunnerzijds was mij een speldeprik meer, waarmee Emma mjj kwetste; doch ik spreek van dat deel dusgenoemde respectabele mannen en degelijke vrouwen, die zeiven zeggen dat zij de élite van de samenleving uitmaken, en die mjj op hunne manier bewezen hoezeer zij het mij kwalijk namen, dat ik niet had gezorgd rijk te bljjven; mij dunkt, het zou hun toch zoo licht zijn cevallen, te doen of er niets veranderd ware en op denzelfden voet als voorheen met mjj om te gaan; ik vergiste mij; zij moesten het mij toonen, dat ik voor hen eene andere was geworden. Gij begrijpt wel, dat ik niet meer met Emma in de wereld ging; ik had tien redenen voor een, om mij daar strikt van te onthouden; daarbij het seizoen der partijen was aan het afloopen, en het bleef bij diners van grooter of kleiner omvang, waarbij men vergat mij te noodigen of waarvan ik mij excuseerde. Maar als er ten huize van Wijnands gezelschap was, hetzij voor eene soiree of ten eten, kon ik mij moeilijk verontschuldigen daarbij tegenwoordig te zjjn, en dan was het interessant op te merken, hoe die lieden zich tegen mij hielden. Sommigen laatdunkend en hoog; anderen schuchter en geretireerd, als vreesden zij mijne ül te gemeenzame toenadering; weer anderen zoo neerbuigend vriendelijk, dat ik er

Sluiten