Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ik bouw geen luchtkasteelen; ik spreek bij ervaring; ik spreek naar de eerste indrukken die ik ontvangen heb niet slechts, maar naar de wijze waarop mevrouw Ryhove het met mjj ingesteld heeft voor het vervolg, en die mij bewijst, hoe zij mijne positie in haar huis begrijpt en hoe zij wil dat anderen die zullen opvatten, en dat is juist zooals ik die zelve zou hebben voorgeschreven, als het aan mij had gestaan daarvoor het initiatief te nemen ... Maar ik heb vandaag den tijd en de opgewektheid; ik wil niet in algemeenheden spreken; ik wil u alles vertellen, opdat gij u zelve antwoord kunt geven op uwe vraag: of ik bij vreemden denk te vinden, wat ik bij vrienden tevergeefs zocht? Het was reeds fijn gevoeld van mevrouw Ryhove, dat ze mij uitnoodigde bij haar te komen, om gezamenlijk naar den Haag te reizen. De reis van uit de provincie G. naar Zuid-Holland is werkelijk een bezwaarlijke tocht voor eene vrouw alleen, en voor de kennismaking was buiten ook veel geschikter gelegenheid dan onder de beslommeringen van allerlei aard, die mevrouw wachtten bij haar etablissement in de residentie. Ik werd verwelkomd niet als eene oude vriendin, maar als eene vreemde, waarmee men verlangde kennis te maken, en die men, in afwachting van hetgeen men haar zou kunnen schenken bij nadere bekendschap, de meeste urbaniteit, de meeste goedwilligheid schuldig was; toen dokter Friedlander een paar dagen later de familie kwam bezoeken, om afscheid te nemen eer deze de provincie verliet, vond hij mij daar reeds zoo goed als thuis; zóó had mevrouw Ryhove mij op mjjn gemak weten te zetten, juist door zich niet aan mij op te dringen met óverbeleefdheid of zulke petits soins, die in het eerst verlegen maken bij het ontvangen, om later, als ze vergeten of verzuimd worden, pijnlijk te treffen als verkoeling en veronachtzaming. „Buiten moet men vrij zijn," zeide zij mij, en gaf zelve het voorbeeld door haar gang te gaan, alsof er geen vreemde in haar familiekring was binnengekomen. Zij wilde daarbij niet dat ik mijne functies zou aanvaarden vóór mevrouw Belceeur was vertrokken, vóór wij in den Haag waren aangekomen. Hare Mathilde is een lief, zachtaardig meisje, dat met veel innigheid is gehecht aan de tante, welke ik geroepen werd te vervangen; tegen mjj had zij geene rancune over eene verwisseling, die haar toch

Sluiten