Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misnoegen, tusschen hen blijven zooals het was: koud maar kalm, en een enkele maal storm met stortbuien. Genoeg! zij vond er iets op, om de laatste moeilijke uren niet meer met mij door te brengen. Zij ging dien avond uit. En toen ik des anderen daags naar haar vroeg om afscheid te nemen eer ik haar huis verliet, vernam ik dat mevrouw mijnheer was te gemoet gereisd, die zich te M. nog eenige dagen moest ophouden Uitnemend! zoo esquiveerde zij tegelijk de ceremonie van het afscheid en het bezwaar om mij welstaandshalve geleide te geven.

Na al wat ik nu van haar wist, kwam het mij noodig voor, dat zij niet te weten kwam waar ik beland was. Dokter Friedlander was de eerste om mij dat toe te stemmen. Ook daarom vond hij beter mij geen uitgeleide te doen tot aan het naaste station; men zou aan zijne dienstvaardigheid mogeljjk eene verkeerde uitlegging geven, of hem met allerlei embarrassante vragen bestormen. „Ik kan voor u zwijgen, maar ik kan niet voor u liegen," sprak de nobele man; „alleen als ik bemerk dat anderen u lasteren of over u babbelen, ben ik daar om hun den mond te snoeren.'' De waarschijnlijkheid dat hjj daartoe zal geroepen worden, en daarenboven de zucht om mij te vrijwaren voor dc kreten van ergernis en overgevoeligheid, die mijne familie en bekenden te X. zouden slaken zoo zij vernamen dat ik „in een conditie'' ben gegaan, heeft mij tot het besluit gebracht om mijn naam te wijzigen. Ik behoud mijne voorletters (anders moest ik al mijn linnengoed laten overmerken!), maar ik laat mij nii noemen: Renée Berthier, en ik verzoek u mij onder dien naam te schrij ven, aan het adres van mevrouw Ryhove, tenzij gij prefereert uwe brieven aan Welsink te zenden, die met mijne naamsverandering bekend is en ze couvert zal verleenen.

Dokter Friedlander schudde wel wat misnoegd het hoofd toen ik hem verzocht mij bij mevrouw Ryhove als juffrouw Berthier op te geven. „Waarom niet liever alles in eens uit gezegd, en uw volle vertrouwen geschonken?" vroeg hij.

„Aan een vreemde, aan eene vrouw, waarvan ik nog niet weet hoe zij het zelve met mij zal opnemen, waar ik mij zoo deerlijk bedrogen zag in de vriendin," sprak ik in onrust, vreezende dat hij bij dien eisch zou volharden. „En terwijl ik niet weet of ik mij

Sluiten