Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u, die gij vernederend achttet. De bezorgdheid hoe familie en bekenden den stap zouden opnemen, dien gij besloten waart te doen, dit alles zwoer samen tegen het betere beginsel, dat rondborstigheid voorschreef. Daarbij Mathilde trok u aan; mijne vrouw toonde zich met u ingenomen; mjj kendet gij alleen bij gerucht; wij waren toch vreemden voor u, en gij waart het voor ons; ik raadde wat het u kosten moest, reeds terstond eene positie, die u toelachte, op het spel te zetten door een kloek besluit en te zeggen: „die ben ik, en mijn voornemen is — mij te toonen wie ik ben — zonder acht te nemen op hetgeen anderen van mij denken of praten." Gij kondet er niet op rekenen, dat onze waardeering zou gestegen zijn met dat bewjjs van uw zedelijken moed, en om eerlijk te zijn moet ik er bijvoegen, bij niet weinigen had dat u kunnen mislukken."

„Toch was het mijn voornemen die bekentenis eenmaal te doen; maar telkens als ik besloten was, ontsnapte mjj de gelegenheid, totdat opeens freule Haubertin het mij onmogelijk heeft gemaakt door de ergerlijke voorstelling, die zij heeft gegeven van Regina van Berchem."

„Neen, mjjn kind, voed geen zelfbedrog; Haubertin of niet, gij zoudt er toch niet toe gekomen zijn; het valt lichter edelmoedigheid te oefenen en daden van zelfopoffering te bedrijven, dan voor eene kleine verkeerdheid uit te komen, nadat die door tijd en omstandigheden bezwarende proporties heeft verkregen. Dat wist ik vooruit; ik wist ook, dat het u hoe langer hoe meer kwellen en bezwaren moest; daarom tastte ik maar eens door, om er u overheen te helpen — wat ruw misschien — want ze zeggen van mjj, dat ik wat hardhands ben... maar toch met eene goede bedoeling, omdat het mij behoefte is ius reine te zijn met mijne vrienden."

„Zooveel goedheid! zooveel verschooning voor mij!" riep ik uit; „dat treft mij diep; gij weet nu wie ik ben, en nog — nog acht gij mij uwe vriendschap niet onwaardig?"

„Onwaardig! juffrouw Berthier," viel hij in; „zóó moogt gjj niet spreken van onze vriendin Regina van Berchem, wie men niets heeft te verwijten, dan dat zij niet precies en règle zou zijn met den burgerlijken stand...

Verbaasd zag ik op: ik begreep niet wat hij bedoelde.

Sluiten