is toegevoegd aan je favorieten.

Experimenteele onderzoekingen naar aanleiding van de theorie van Van der Waals

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken, maar het is duidelijk, dat Wül.l.NER die niet op het oog heeft; bij onderling mengbare stoffen echter, heeft het volstrekt geen zin, te spreken van onverzadigden damp, omdat de „druk" van het bijmengsel ver van dien is, waarbij de damp als hij alleen aanwezig ware, in vloeistof zou overgaan. Hier, in aanwezigheid van een andere vloeistof, is ook de allergeringste hoeveelheid van dezen damp reeds „verzadigd" en bij volumeverkleining slaat onmiddelijk een deel van den damp neer om in de vloeistof op te lossen. De hoeveelheid, die neerslaat, wordt gevonden uit de wet van HENRV en de wet van BoYLE zal dus in 't minst niet rekening kunnen geven van het drukverloop; de druk zal veel langzamer moeten toenemen, dan deze wet zou doen verwachten. Alleen het feit reeds, dat volgens de beschouwingen en ook volgens de formule van Wül.l.NER & Grotrian, om een luchtbel in een hoeveelheid vloeistof op te lossen, een oneindig groote druk zou noodig zijn, doet de onjuistheid van beide gevoelen, en is het bijmengsel niet lucht, maar een vloeistof, zooals a priori te verwachten is, dan zal de afwijking van de wet van Boyi.E nog veel sterker worden, daar dan de oplosbaarheidscoëfficient uit de wet van HENRY zooveel grooter is.

g 6. De verbeterde formule.

Welke formule zou dan, als die van Wül.l.ner & Grotrian niet juist is, daarvoor in de plaats moeten gesteld worden? In het algemeen is deze vraag om twee redenen niet te beantwoorden, vooreerst, omdat wij niet weten, waarmede hun stoffen verontreinigd