is toegevoegd aan uw favorieten.

Photometrische waarnemingen van de verlichting bij fijnen arbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R. pl. i +2 15.2 | __ Lond. norm. met.kaarsen. Gr. pl. 1+2 = 17.0)

Over deze verlichting van haar werk nu kan deze juffrouw niet klagen. Ze kan hierbij het allerfijnste borduurwerk verrichten.

Geval 3.

Mejuffrouw G., 27 jaar oud, is myoop sedert haar prille jeugd. Den graad van myopie kon ik bepalen, doordat ik haar bril ter onderzoek meekreeg. Bij haar borduurwerk gebruikt ze bij voorkeur de glazen niet. Deze wijzen op : Rechts M. 6 D., Links M. 8 D.

Haar borduurwerk houdt ze op een afstand van ongeveer 85 c.M. verwijderd van 1 gasgloeilicht, waarvan de directe vlam is afgesloten door een matglazen ballon. Ter meerdere concentratie van het licht is nog een papieren kapje om den ballon aangebracht.

Met den photometer vind ik op de plaats, waar ze borduurt:

1 ~~ 1 ) = 32,18 Lond. norm. met. kaarsen. Gr.: pl 1 = 8.6 I

Bij zeer licht borduurwerk nu, liefst wit op wit, kan ze met deze verlichting toe. En zuinigheidshalve laat ze het dan bij dit ééne licht. Doch bij zeer donker werk en bij zwart kan ze niet dan met groote inspanning zien, en is ze genoodzaakt nog een tweede gasgloeilicht aan te steken.