is toegevoegd aan uw favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. EENIGE BIJZONDERHEDEN OMTRENT DE ANATOMIE EN PHYSIOLOGIE YAN HET DIGESTIEAPPARAAT YAN DEN ZUIGELING.

Het spijsverteringsstelsel van den zuigeling is zoowel uit een anatomisch als uit een functioneel oogpunt als nog niet afgewerkt te beschouwen; het is nog niet in staat de gewone voedingsmiddelen te digereeren, ook bezit het slechts een zeer gering verdedigingsvermogen tegenover intoxicaties en infecties en kunnen geringe schadelijke factoren hier grooten invloed uitoefenen; vandaar de dispositie van den zuigeling voor digestiestoornissen. De lengte is relatief grooter dan bij den volwassene; de slijmvliezen zijn bloedrijker, prikkelbaarder en kwestbaarder, de muskulatuur is zwakker ontwikkeld.

Mondholte. Terwijl voor den volwassene het „prima digestio fit in ore" geldt, is bij den jongen zuigeling de monddigestie van zeer weinig belang. De mondholte is tijdelijk uitsluitend een zuigapparaat en passagekanaal voor vloeibaar voedsel. Reeds door het ontbreken van tanden is de zuigeling natuurlijk aangewezen op vloeibaar voedsel; de speekselklieren zijn klein en daardoor is de afscheiding van speeksel vooral in de eerste 8—10 levensweken zeer spaarzaam. Het mondslijmvlies is donkerrood en droog. Het mondsecreet reageert vaak zwak zuur, waarschijnlijk door een omzetting van melksuiker in de mondholte. Heeft het kind in het geheel nog niet gedronken, dan is de reactie neutraal, soms zwak alkalisch. Bij volwassenen is de reactie steeds alkalisch. Volgens Pollak zou het speeksel zelf neutraal of alkalisch reageeren. Rhodaankalium ontbreekt in het speeksel der eerste levensmaanden, maar komt wel in het neussecreet voor. Doordat de hoeveelheid speeksel, die afgescheiden wordt, slechts gering is, is het bactericide vermogen van de mondholte ook slechts klein, vandaar dat de saccharomyces albicans, de verwekker der spruw, die daarenboven bij voorkeur op een zwak zuren