is toegevoegd aan je favorieten.

De voeding van het kind in het eerste levensjaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tatie door de borsten wordt afgescheiden. Van de 7e maand af loopen deze waarden uiteen. Vergelijkt men de laatste tabel van Monti met de door hem opgegeven cijfers voor de maagcapaciteit (blz. 21), dan blijkt, dat deze waarden vrijwel overeenkomen.

Zooals uit de tabel van Pfeiffer blijkt, vermindert de zogsecretie gemiddeld na het einde der 28ste lactatieweek, wanneer dan ook meestal de tijd is aangebroken, om naast vrouwenmelk ander voedsel te verstrekken.

Wanneer in een bepaald geval blijkt, dat een zuigeling beneden de 7 maanden in de 24 uren minder melk krijgt dan overeenkomt met de tabel van Pfeiffer, mag men aannemen, dat die hoeveelheid te gering is en zal het noodig zijn, het ontbrekende quantum op de een of andere wijze aan te vullen. Met opzet wordt hier gesproken van de hoeveelheid zog per etmaal en niet van die por maaltijd, omdat de hoeveelheden melk, die de zuigeling per maaltijd tot zich neemt, dikwijls zeer uiteenloopen.

Als praemature kinderen niet kunnen zuigen, moeten zij, zooals later nog zal worden uiteengezet, door gavage met behulp van een maagkatheter of door den neus worden gevoed. Indien eenigszins mogelijk, moet dezen zuigelingen vrouwenmelk worden verstrekt.

Het spreekt van zelf, dat de maaltijden van deze onvoldragen neonati kleiner moeten zijn dan die van a terme geborenen en wel des te kleiner naarmate de geboorte in een vroegere zwangerschapsmaand heeft plaats gevonden. Vooral bij voeding door gavage zorge men niet te groote quantiteiten toe te dienen.

De Parijsche hoogleeraar Büdin, die zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied der verzorging van den neonatus praematurus et debilis, beveelt, op grond van zijn rijke ervaring, de volgende hoeveelheden, berekend op 10 maaltijden in de 2i uren, aan.