is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middeleeuwen, waarin ook nog anderen zaken ter sprake komen; hij geeft bijdragen tot de geschiedenis van sommige bibliotheken, enz., enz. 't Is een werk, waaruit zeer veel te leeren valt, doch dat alleen voor vaklieden geschreven is. Zelfs voor belangstellende leeken is het geen lectuur. Gottlieb, dit dient nog gezegd, behandelt alle middeleeuwsche catalogi die hy kent, van alle landen van Europa, tot op het jaar 1500.

Nog dient hier even te worden stil gestaan bij een tweetal studies over hetzelfde onderwerp, de eerste op het oog een werk van beteekenis, op prachtige wijze uitgegeven, doch dat den lezer leelijk te leur stelt; de tweede een opstelletje, weinige bladzijden tellend, dat wel niet veel nieuws brengt, maar niet voorbijgegaan mag worden omdat het in ons land na het hoofdstuk in Moll's Kerkgeschiedenis, het eerste was aan dit onderwerp gewijd. Het eerste boek, een flinke kwartijn, de éde band vormend van de Nouveaux Mélanges <V Archéologie, d' Histoire et de Liitêrature sar le Moyen-age publiêe

par P. Cahier, Paris 1877 is, volgens schrijvers voorwoord, reeds voor een menschenleeftijd op touw gezet en door de uitstekende hulp van een Hinken medewerker tot stand gekomen. Men zou dus, ook op 't formaat afgaande, een boek verwachten, waarmede voor 't oogen-

blik de zaak afgehandeld was. En het brengt niet alleen

ongeveer geen nieuws, maar zelfs het reeds bekende is tusschen de vrij vervelende beschouwingen van den schrijver niet eens terug te vinden. Eigenlek gezegd is het geheele boek weinig anders dan eene verhandeling, die geen ander doel heeft, dan om eene collectie afbeeldingen van initialen en sierletters, uit middeleeuwsche hand schriften gecopieerd, aan den man te brengen. Als wetenschappelijk werk echter heeft de tekst weinig waarde, en ook de fraaie initialen deelen in dat lot, daar nergens aangegeven is aan welk handschrift zy ontleend zgn, uit welken tyd zij dagteekenen. Was dat wel het geval, men zou aan 't boek nog iets hebben voor de geschiedenis der kalligrafie en der miniatuurschilderkunst.

Minder pretentieus, maar werkelijk van meer beteekenis is het kleine opstel van Dom YVillibrord van Heteren over Kloosterboekerijen in de Middeleeuwen, dat voorkomt in liet jaarboekje van Alberdinck Thijni, Amsterdam, 1893. De Heer van Heteren wilde daarin slechts den beschaafden leek het een en ander over het onder-