is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar men nu streefde werkelijk fraaie afschriften te vervaardigen, waar het afschrijven om zoo te zeggen in 't groot gedreven werd, daar deden zich verschillende behoeften gevoelen. Kr moest eene geschikte localiteit voor deze bezigheid worden aangewezen en ingericht ; er moest gezorgd worden voor den aankoop van de noodzakelijke schrijfbehoeften en verdere gereedschappen; er moest eene keuze gedaan worden uit die werken, die voor 't afschrijven in aanmerking kwamen; er moest toezicht gehouden worden op de schrijvers die bezig waren, en gezorgd, dat de jonge monniken de kunst leerden; eindelijk diende men te letten op de zuiverheid van de afgeschreven teksten, of, m. a. w. de nieuwe afschriften te verbeteren. Het ontbreekt gelukkig niet aan getuigenissen waaruit blijkt, dat zoowel de Benedictijnen, vooral na hunne reformatie, alsook de reguliere Augustijnen en zelfs de Dominikanen op dit gebied instellingen bezaten, die in alle opzichten onze bewondering verdienen.

De inrichting van een geschikt lokaal tot scriptorium zal veelal van allerlei meer of minder toevallige omstandigheden, als b.v. de beschikbare ruimte, de geldmiddelen, enz. afhankelijk zijn geweest. In verschillende groote kloosters, te St. Albans '), Edmundsbury, Fulda *), St. Gallen, (Jlocester, St. Martin te Tours e. a. was daartoe een enkele groote kamer of zaal bestemd. In andere daarentegen diende eene reeks van kleine aan het olaustrum gelegen cellen tot hetzelfde doel. Dit was b.v. het geval te Durliam3), Citaux en Clairvaux. In het voorlaatste klooster schijnt men 18 zulke „écritoires" gehad te hebben, terwijl er te Clairvaux 14 moeten geweest zijn. ')

van een handschrift afleiden. Naar men wil werd meestal als schrijfvoorbeeld de versregel: „adnexique globum zephyrique kana secabant" gebruikt, waarin bijna alle letters van het alphabet voorkomen. (Amst. Jaarboekje, 1893. blz. 13 1).

') Dit zou omstreeks het jaar 1080 door den abt Paulin gebouwd zijn ; zie An Account of the Scriptoria or writing Rooms in the Monasteries of England, in Savage, The Librarian, III, p. 36. Anderen echter spreken van den abt Thomas de la Mare (1349 — 96) als bouwheer van een scriptorium.

J) Boven den ingang stond aldaar:

Hic scdeant sacrae Scribentes fumina legis

Nee non sanctorum ilicta saeatra 1'atrum;

Hic interserere caveant sua frivola verbis,

Frirola nee propter erret et ipsa manus Correctosquc sibi quaerant studiose libellos

Tramitc quo recto penna volantis cat.

Est labor egregius sacros iam scriberc libros Nee mercede sua scriptor et ipse caret.

Zie Schannat, Historia Fuldensis, p. 65. 3j Zie boven, blz. 10. ') Zie boven, blz. 14, 29.