is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschadigde boekon moest herstellen, of daarop tenminste moest toezien, want, al wordt dit meestal slechts terloops aangestipt, ook het boekbinden behoorde tot zijne taak. En kon hij zelf 't misschien niet, dan moest liy toch liet oog houden op de broeders, die er zich mede bezighielden. ') Kloosterlingen, die de pen en 't penseel even goed wisten te li anteeren als 't boekbindersgereedschap, waren in de middeleeuwen niet zeldzaam. Zoo moet een Engelsche Benedictijner in 't klooster Hyde bij Winchester omstreeks het jaar 1176 afschriften vervaardigd hebben van Terentius, Boethius, Suetonius en Claudianus, welke hij eigenhandig met fraaie initialen versierde, bond en van metalen beslag voorzag. Trouwens, uit ons hoofdstuk over de Librye te Zutphen blykt, dat ook Arnold van Nijmegen, librarius van het fraterhuis te Doesburg, die Latynsche verzen schreef, zich ook op de kunst van boekbinden verstond.

Een der meest belangrijke werkzaamheden, welke den armarius ten taak gesteld waren 2) was het catalogiseeren van de aan zijne zorgen toevertrouwde boekenschat: immers eene eenigszins uitgebreide verzameling boeken was zonder catalogus moeielijk te gebruiken en — wat nog meer gewicht in de schaal legde — een volledige catalogus was het beste middel om na te gaan of de collectie nog wel in haar geheel aanwezig was. De vele voorschriften en verordeningen, waarbij de kapittels der verschillende orden op het aanleggen en bijhouden van catalogi aandrongen, bewijzen afdoende, welk eene waarde er aan werd gehecht. Reeds in de negende eeuw schijnt men, op aandringen van Lodewyk den Vromen, overgegaan te zyn tot liet catalogiseeren der handschriften van verschillende kloosters, en op heden bestaan nog minstens twee boekenlijsten uit dien tijd, welke op last van dien keizer vervaardigd zyn.3)

Niet onwaarschijnlijk is het, dat zyn zoon Lotharius, die nog al belang stelde in de wetenschap, in dit opzicht de voetstappen zijns

') Consuet. vet. ab'oat. S. Victor. Paris. ap. Martene de antiq. Eccles. ritib. T. 111 Appetnl p. 264: Quum pergamena incidenda vel radenda vellibriemendandi aut ligandi vel aliquid hujusmodi, quod ad officium armarii pertinet

2) Consuetud. vet. Abbat S. Vict. Paris, ap Martene de antiq. Eccles. ritib. 'T. III Appcnd. p. 262. „Armarius omnes ecclesiae libros in custodia tua habet, quos omnes nominibus propriis annotatos habere debet." Statuta ord. Premonstrntensis, 1505, distinclio II cap. VII (Armarius) debet etiam noticiam habere, et numerum quantum potest, librorum qui sunt ei ad custodicndum commissi. (Bij Franklin, I, p 320) etc.

3) De Catalogi van lteichenau (Becker, No. 6) en St. Hiqttier (Berker, No. 11.)