is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dertiende eeuw de codices veelal gemerkt hebben met een of twee latynsche kapitalen gevolgd door een kruis. ') Waar de boekenvoorraad zich snel uitbreidde, had men natuurlijk spoedig meer ingewikkelde signaturen noodig om spoediger te kunnen vinden wat men zocht: dit was trouwens van zelf noodig, waar men de boeken niet meer op puimten legde, maar in kasten op verschillende schappen zette. Op het einde der middeleeuwen vindt men dan ook signaturen samengesteld uit: Romeinsche letters en cijfers; of uit Arabische cijfers; of wel uit Latijnsche letters en Arabische cijfers tegelijk. ■) Zelfs signaturen in verschillende kleuren voor de verschillende vakken van wetenschap kwamen voor. In de boekerij van Altenzelle b.v., die 30 puimten telde, waren de handschriften van theologischen inhoud met roode signaturen gemerkt; die, welke op de rechtsgeleerdheid betrekking hadden met zwarte, die welke geneeskundige zaken behandelden met groene.3) Men meene op grond van al het gezegde niet, dat signaturen in de middeleeuwen algemeen waren: in tal van catalogi komen zij niet voor; doch. waar men codices vindt met signaturen mag men in elk geval veronderstellen, dat een catalogus bestaan heeft.

Hierboven werd reeds opgemerkt, dat de groote meerderheid der oude catalogi eigenlijk niet meer dan lijsten, inventarissen, zijn, nu eens vervaardigd met het doel een overzicht te hebben van hetgeen er in hoofdzaak was, dan om de verschillende codices gemakkelijk te kunnen vinden. Maar al te vaak mist men er eene nauwkeurige opgave in van den inhoud der verschillende banden: dikwijls wordt van eiken band alleen het eerste der daarin voorkomende geschriften vermeld.4) Eerst in lateren tijd werden nauwkeurige catalogi meer algemeen, ofschoon ook toen natuurlijk nog dikwijls zeer oppervlakkige lijsten gemaakt werden. In de vijftiende eeuw komen af en toe dubbele lijsten der boeken voor, van welke dan de een eene alphabetische index is van alle afzonderlijke geschriften in de verschillende codices saamgebonden. 5)

>) Cabinet des Mscr. T. I p. 203. !) Gottlieb, S. 314. 3) Gottlieb, S 315, noot 1.

4) Catal. S. Kiquier, Beeker No. 11 (831). Aan het einde leest men: Omnes .igitur codices in commune faciant numerum CCL & VI ita videlicet ut non numerentur libri singillatim sed codices, quia in uno codice diversi sunt libri multotics ut supra notatum est, habentur, quos si mumeraremus quingentorum copiam superarent,

5) Voorbeelden bij Gottlieb, S. 316, noot 2,