is toegevoegd aan je favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de teruggave der boeken volgde terstond de uitdeeling voor liet nieuwe jaar. Of men zich daarbij voegen moest naar het goeddunken van den abt, of wel naar eigen inzichten eene keuze kon doen blijkt uit de meeste statuten niet. In Fleury was volgens de statuten de keuze vrij; Banfranc schijnt daarentegen bepaald te hebben, dat de abt over de keuze besliste. ') Wanneer de armarius aan ieder zijn boek overhandigde toekende hij tegelijkertijd den naam van dengene, die 't ontving, en den verkorten titel van liet boek op, door welke handeling, „imbreviatio" genoemd, de zoogenaamde „brevis librorum" ontstond, waarvan er verscheidene uit verschillende eeuwen zijn bewaard gebleven.2) Bij deze bezigheid trad meestal ook de „armarius junior' op, d. w. z. de helper van den armarius, soms ook wel „solatium armariï' genoemd •'), die hem behulpzaam was bij het overbrengen der boeken naar liet kapittel, bij de uitdeeling der boeken, en die soms ook de brevis librorum moest schrijven. Zoo was het te Hirschau, Fleury, Clugny, St. Victor, en waarschijnlijk ook in nog vele andere kloosters, waar het aantal kloosterbroeders groot was.

Hoe lang deze gewoonte in de verschillende kloosters gehandhaafd bleef is moeielijk, zoo niet geheel onmogelijk na te gaan. Dat zij echter door bepalingen van latere abten vaak geheel gewijzigd werd, bewijst 't klooster Clugny, waar abt Hendrik I (1308—1322) bepaalde, dat de uitdeeling der boeken geschieden moest door den subprior; dat de ontvanger van een boek den titel van het werk, liet jaar en den dag van ontvangst op een eigenhandig door hem te onderteekenen bewijs moest invullen, en dat alle bewijzen in een algemeen register moesten overgeschreven worden.4) Bij de Karthuizers kreeg

1) Dit blijkt uit de woorden: „reddat librum, qui ad legendum sibi alio anno i'uerat

commendatus.

2) Zie Gottlieb, No. 545 („Breve recordationis (le libri que prestavimus") en 54G („de brevi librorum quod fit in capite quadragesimae"), beide van 't klooster Farfa in Italië, uit de ile eeuw; No. 392 van de Abdij S. Audoeni te Rouaan (1372); No 203 van 't Benedictijnerklooster Tegernsee (12e eeuw). Dat echter t woord „brevis" vaak ook hetzelfde betcckende als catalogus blijkt uit Gottlieb No. 411 en «45.

3) Consuetudines veter es Canonic regul. S. Victoria Paris. 1. c. „ad ea vero quac facere habet si opus fuerit solatium habere potest."

4) ln 't college de Cluny de Parijs waren deze bepalingen in 1308 reeds ingevoeld

door Henricus de Fauteriis: #Praeeipimus libros distribui sine acceptione perso-

narum per suppriorem studentibus, secundum facultates et scientias quas actualitei audiunt, videlicet theologiam audientibus libros theologicos, et logicam audientibus logicales; recipientes vero libros hujusmodt nomina seu titulos librorum,atinum, diem recep* tionis et nomen recipientis in scedula in communi regtsiro redigenda scribantFranklin, I, 363.