is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den overledene deel te nemen. Wat de verder verwijderde kloosters betreft: het dikwijls zenden van zulke doodsberichten daarheen zou met te veel moeielijkheden zijn gepaard gegaan, waarom hem toegestaan werd na den afloop van elk jaar een bericht te zenden over alle sterfgevallen, welke waren voorgekomen.

Het klooster Clugny hield er voor dit doel een bijzonderen „brevetarius" op na. Ook moest de armarius de namen der overledenen en hunne sterfdagen in den kalender opteekenen, een feit, dat veel bewast voor de betrouwbaarheid van zulke kalenders, daar zijne aanteekeningen daarin een officieel karakter dragen. r)

4. De Armarius als voorzanger en leider van het Koor.

Het spreekt van zelf, dat in inrichtingen, waar niet alleen de kerkelijke, maar ook bijna alle andere gemeenschappelijke handelingen met gezang gepaard gingen, waar men gezangen hoorde weerklinken bij dag en bij nacht, hooge eischen gesteld werden aan dengene, die het gezang moest aanheffen en leiden. Even duidelijk is het, dat de uitvoering grootendeels van zijn' ijver en zijne bekwaamheid afhing, en dat hij tegenover zijne ondergeschikten een standpunt behoorde in te nemen, dat hem, naast eene zekere mate van onafhankelijkheid in doen en laten, tevens het noodige gezag verleende. De wetgevers der kloosters hebben dit blijkbaar begrepen en den armarius in zijne hoedanigheid van cantor bijna onbeperkte macht over zijne ondergeschikten toegekend, terwijl zij aan de laatsten onvoorwaardelijke gehoorzaamheid oplegden aan zijne bevelen. Mocht h\j van zijn kant zich aan plichtverzuim of andere verkeerdheden schuldig maken: hij was daarvoor alleen verantwoording schuldig aan het kapittel. Den zangers was het uitdrukkelijk verboden bij het zingen op- of aanmerkingen tegen hem te maken: zij werden voor eens en voor altijd verwezen naar het kapittel als de competente rechtbank. Juist wegens zijne vele bezigheden gaf men den cantor

') v. Bernardi Ordo Cluniacens. cap. XIV. ap Herrgott, 1. 1. p. 163. — Wilhelmi Constitutiones Iiirsaugiens. lib. II cap. XXIII. ap. Herrgott. 1. 1. p. 506. — Guidonis Disciplina Farfcns. ap. Herrgot 1 1. 126 — 127. — Martene, de antiq. monachor. ritib. lib. V. cap. X. § 16, T. IV. p. 137 (ex Consuctudines Cluniacensis monasterii et S. Benigni Divionensis) en cap. XIII § 41 — 47. p. 277, waar voorbeelden van zulke breves gegeven worden Statuta Hugonis V, Abbat. Cluniacens. ap. Marrier, Bibl. Clumaeens. p. 1470. en Statuta Henrici I. Abb.Cluniac. XXIX ap. Marrier, 1. 1. p. 1552.