is toegevoegd aan uw favorieten.

Middeleeuwsche bibliotheken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op den derden regel van de tweede kolom, „Opera Thome" en „Reinerusile" onder aan de derde kolom) zijn de gaatjes blijkbaar op andere wijze gemaakt. Aan het schrift van deze titels is dan ook duidelijk te zien, dat zij er later bijgevoegd zijn: de eerste en de laatste stellig door een andere hand. Waartoe die gaatjes dienden ? De veronderstelling ligt voor de hand, dat men er een knopje of iets dergelijks in stak ter aanduiding dat liet daarachter vermelde boek tijdelijk afwezig was. Dat deze gewoonte werkelijk bestond, vonden wy bevestigd in de laatste uitgave der Windesheimsche Statuten. In het hoofdstuk „de Librario van deze uitgave vindt men enkele volzinnen, die in den druk van lo53 nog niet voorkomen, o.a. ook deze: „Et si domestico ex Librarialibrum auferre concedatur, (librarius) signum in tahella ad iel praeparata ponet: quem nihilominus in tempore repetere non negliget ')

Wanneer is deze catalogus vervaardigd? Ziedaar een vraag van veel belang in dezen — immers hadden wij daarop een stellig antwoord, dan zouden wij kunnen beslissen of wij hier een catalogus voor ons hebben van een bibliotheek die alleen handschriften, dan wel van eene, die nevens manuscripten ook drukwerken bevatte. Wij zien echter geen mogelijkheid zulk een afdoend antwoord te ye\ en, en zullen, alleen op het schrift afgaande, wel moeten aannemen, dat het stuk in 't laatste kwart der vijftiende eeuw is geschreven. Is dat juist, dan is het zeer waarschijnlijk, dat er op deze boekenlijst meerdere incunabelen voorkomen. De kloosterbibliotheek, waarin zij thuis behoorde, valt voorloopig niet met zekerheid aan te wijzen 2);

1) 't Spreekt van zelf dat eene dergelijke gewoonte reeds lung kan bestaan hebben in 'kloosters van verschillende orden, voor men haar in de Windesheimsche statuten tot wet maakte. De aangehaalde plaats in de Constitutiones Windesem. Lovanii 1639, p. 102.

2) Wisten wij, dat alle boeken op dit fragment vermeld, Hss. waren, ot welke niet, dan zon de kwestie minder mocielijk zijn op te lossen, daar ex-libris in bewaard gebleven Hss. ons den weg zouden wij/en Op den inhoud van den catalogus zelf afgaande, zou er reden zijn voor 't vermoeden, dat deze uit een Franeiskaner (Observanten) convent afkomstig is, daar in de 3e kolom achtereenvolgens voorkomen : Vita S. Francisci; Actus S. Francisei; Regula 3e Francisci; Alia (reguta) cum privilegiis. Doch men kan er terstond tegen inbrengen, dat „de illustribus viris 01'dinis Cisterciensis in de tweede kolom op een Cistercienserklooster wijst. Maar het oen heeft weinig meer bewijskracht dan 't ander. Op ex-libris in llss. afgaande, dachten wij een oogenblik aan 't Cistercienser klooster Mons Dominae Noslre (O. L. Vrouwenberg) te IJselstein, dat, zooals boven, blz. 163 noot 1 werd medegedeeld, broederschap had aangegaan met de Karthuizers en Regulieren te Utrecht, en dat,