is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Aen den Heer Gerard Dou,

„Toen hij, door laat des Konings, verzocht was in Enge„ landt te komen schilderen.

„Hoe, Dou! zal Stuart u, de vuurbaeek der pinceelen,

„Naer Withal sleepen? ay! gae niet in Kareis Hof.

„Verkoop uw vrijheit niet voor roock, voor windt, voor stof. „Wie Vorsten-gunst zoekt, moet voor slaef en vleyer speelen.

H o u b r a k e n, die dit gedicht vermeldt, trekt daaruit de wel wat gewaagde conclusie, dat hij „reden vond zulks te „weigeren, om dat het woelig hofleven met zyn stillen aart „niet overeenkwam, of omdat zijn vrienden hem zulks afrieden" ').

Het is bekend, dat Karei aan zijn hof verscheidene schilders, ook Hollandsche (o. a. Willem van de Velde den Oude en Pieter Leely) liet werken. Het schijnt niet onmogelijk, dat ook Dou, aan Karel's verzoek gevolg gevend, daarheen ging, daar zijn naam gedurende de jaren 1068 73 in de boeken van het Leidsche Sl Lucasgild ontbreekt. Het bestaan van een portret van Karei II geeft steun aan die meening. Ik stelde dus op het Record Office te Londen en het British Museum aldaar een uitvoerig onderzoek daaromtrent in, doch zonder resultaatJ). Weldra echter kwam ik langs anderen weg tot een oplossing van de kwestie.

Dou's naam ontbreekt namelijk nog gedurende een tweede tijdvak, 1651—58, in de gildeboeken. In de literatuur werd tot nu toe algemeen aangenomen, dat Dou gedurende de genoemde tijdvakken buiten Leiden gewoond had. Kramm,

1) Groote Schouburgh III 33.

2) Er bestaan nog eene reeks ongecatalogiseerde stukken uit dien tijd, blijkbaar ook uit het huisarchief van Karei II, doch een onderzoek daarvan is vooralsnog onmogelijk.