is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend is (1642, '43, '45, '47, '58, '55, '71), afwezig was, mogen wij daaruit niets afleiden, wanneer dat niet met zekerheid blijkt. Veeleer moet worden aangenomen, dat het zoo goed als zeker is, dat D o u nooit voor langen tijd Leiden heeft verlaten en dat de pogingen van Karei II, om hem naar Engeland te doen komen, mislukt zijn.

D o u had het dan ook niet noodig, buitenslands te gaan, vooral niet, toen hij omstreeks 1660 wederom eenen Maecenas kreeg, die evenals vroeger Spiering geregeld zijne stukken kocht.

Het eerst vinden wij dezen kunstliefhebber, Johan de Bye, vermeld in het dagboek van Monsieur de Monconys '), die den 17den Augustus 1663 Leiden bezocht, waar hij behalve het toen wereldberoemde Theatrum Anatomicum en andere bezienswaardigheden ook de bekendste schilders bezocht. Eerst ging hij naar Frans van Mieris, die slechts een schilderij gereed had, waarvoor hij „1200 livres''vroeg. Ook Pieter van Slingelandt bezocht hij en wilde hem „60 écus" voor een stukje geven, waarvoor Slingelandt echter niet minder dan „400 livres" verlangde.

Toen Monconys bij D o u kwam, «qui est incomparable „pour la délicatesse de son pinceau", had deze ook slechts één schilderijtje, eene vrouw aan een venster (M. 237»), waarvoor hij „600 livres du pays" wilde hebben.

Monconys kocht nergens iets, maar ging den heer De Bye s) opzoeken, om daar de „groote menigte schilderijen van D o u" te zien, die deze heer bezat.

Johan de Bye schijnt die stukken eerst in zijn huis te

1) Journal des Voyages de Monsieur de Monconys. 1647. Zie de analyse van dit boek in den Ned. Kunstbode. 1880 blz. 405.

2) Monconys noemt hem „Beyau".